Daar zijn ze weer, de stadse tieners die zo nodig een hitsig weekend moeten doorbrengen in een hutje in het bos. Zeker op het Amerikaanse platteland is dat geen goed idee, want sinds de (nieuwe) Texas Chainsaw Massacre weten we weer dat het platteland bevolkt wordt door schietgrage idioten met inteeltkoppen. @@@

Bekijk video: (met trailer)
Modem/ Breedband

Cabin Fever maakt dankbaar gebruik van deze clichés en voegt er weer een memorabel personage aan toe in de gedaante van een jonge veldwachter die meer trek in feestjes heeft dan in de wet handhaven. Dat komt aanvankelijk goed uit, want zo denken de hoofdpersonen uit Cabin Fever er ook over. De feestneuzen hebben een hutje gehuurd om daar na hun afstuderen eens flink de beest uit te kunnen hangen. Maar er vinden geheel andere beestachtige taferelen plaats als ze een voor een worden besmet door een vleesetende bacterie.

Paardenboerderij

Schrijver/regisseur deed zijn inspiratie op toen hij op werkvakantie op een IJslandse paardenboerderij een huidziekte opliep. Hevige jeuk en loszittende vellen waren het gevolg, vertelt hij smakelijk.

De persmap vult deze onfrisse jeugdherinnering aan met het droge feit dat de streptokok necrotizing fasciitis elk jaar 1500 slachtoffers maakt in de VS (voor liefhebbers: het boek 'Surving the flesheating bacteria' is te bestellen op www.nnff.org). Aardige achtergrondinformatie, maar Cabin Fever moet het meer van gretig geëtaleerde smerigheid dan van wetenschapelijk gegronde logica hebben.

Hutkoorts

De slachtoffers van de hutkoorts reageren namelijk zelden logisch op de omstandigheden, maar dat wordt goed gemaakt door het enthousiasme waarmee de gore gebeurtenissen in beeld zijn gebracht. Zo slaan twee personages aan het vrijen op een moment dat vluchten -of in elk geval lijfsbehoud- verstandiger is, maar het levert wel de bloederigste vinger-scène uit de recente filmgeschiedenis op.

Inderdaad, smakelijk is anders, maar wie iets smaakvols wil zien moet ook niet naar een horrorfilm.Cabin Fever slaat weinig nieuwe paden in maar frist wel weer horrorclichés als 'het oversekste meisje met de grote borsten' en 'de zwakzinnige plattelander' op. Het levert een aardige low budget horrorfilm op dat op prettig gestoord wijze herinnert aan de splatterklassiekers uit de jaren tachtig.

Het Parool: "smerig, bizar, grillig en schaamteloos en juist daarom buitengewoon amusant"
De Volkskrant: "ranzig en vaak hilarisch effectbejag (..) Jazeker: het werkt"
In 17 zalen