AMSTERDAM - Doreen Boonekamp is als directeur van het Filmfonds de belangrijkste financier van Nederlandse films. De geboren filmfanaat vreest de bezuiniging op Kunst en Cultuur. ''Dit brengt de hele infrastructuur aan het wankelen.''

Boonekamp is een bekende naam in de filmwereld. Van 2002 tot 2009 zwaaide ze de scepter bij het Nederlands Film Festival (NFF) in Utrecht, dat vrijdagavond wordt afgesloten met de uitreiking van de Gouden Kalveren.

De ervaren bestuurder is van kind af aan in de bioscoopzalen te vinden. ''En ik werk vanaf mijn twintigste in de filmsector, dus je kunt wel zeggen dat ik een fanaat ben.''

NU.nl legt Boonekamp een aantal vragen voor.

Wat doet het Filmfonds precies?

''Het Filmfonds investeert in het ontwikkelen, realiseren en distribueren van filmproducties van lange speelfilms, documentaires en experimentele films tot korte films en animatiefilms. Het Fonds koerst op een evenwichtig aanbod van kinder- en jeugdfilms voor een jong publiek, mainstream films gericht op een groot bioscooppubliek en kunstzinnige films die zich kunnen onderscheiden op de internationale filmfestivals.''

''Daarnaast geeft het Fonds bijdragen voor activiteiten als filmfestivals, workshops en training. Het Fonds heeft nu nog een budget om projecten te financieren van 35 miljoen euro waarvan gemiddeld 84 procent geïnvesteerd wordt in filmproductie. Het Fonds legt een gemiddelde financiële basis van 32 procent in filmproducties.''

In een interview met Mediavrouwen zei je een aantal jaren geleden. "Ik doe werk dat ik graag doe en werk waar ik wat in kan betekenen. Ik wil niet in een gespreid bedje stappen en een organisatie een stap verder helpen.''

Was het Filmfonds geen gespreid bedje?

''Een Filmfonds is altijd in beweging omdat je moet inspelen op ontwikkelingen in de thuismarkt en in het internationale filmveld. Toen ik in 2009 startte was er ruimte voor verbetering. De organisatie is omgevormd en is nu meer slagvaardig, de samenwerking met het veld is verbeterd en het aantal regelingen dat in de loop der jaren was ontstaan is sterk teruggebracht en geactualiseerd.''

''Ook het beoordelingskader is aangescherpt en verder geobjectiveerd. Sinds 16 juni zijn de nieuwe regelingen actief en inmiddels kunnen aanvragers ook digitaal aanvragen. Er is een hoop veranderd maar met het oog op de nabije toekomst waarin de middelen van het Fonds zeer sterk dalen moet er samen met de branche opnieuw een grote slag worden gemaakt.''

Maak je je zorgen om de gevolgen van de bezuinigingen?

''Ja. De bezuiniging is enorm en wordt in een te korte tijd doorgevoerd. Dit brengt de hele infrastructuur die daaronder ligt aan het wankelen. Zo heeft het Filmfonds door de korting en de taakverzwaring zo'n 10 miljoen euro minder te besteden ten opzichte van nu. Dat betekent dat het aantal speelfilms dat wij kunnen financieren zeker met een derde daalt.''

''Dat gaat zeker ten koste van het marktaandeel van de Nederlandse film en de infrastructuur van de sector. In 15 jaar tijd is het marktaandeel van de Nederlandse film van nauwelijks 1 procent gestegen naar 20 procent in de eerste helft van 2011. Nederlandse films worden daarbij de laatste jaren vaker geselecteerd voor belangrijke internationale festivals.''

doreen boonekamp
(c) ANP | Boonekamp als voorzitter van het NFF in 2008

''Om dergelijke resultaten te behalen heb je een bepaald aantal films nodig, een sterke infrastructuur en een goed investeringsgericht instrumentarium om deze te financieren. Dan pas kunnen ook de ondernemers in de sector, zoals de filmproducenten, een gezonde nationale en internationale concurrentiepositie opbouwen.''

''We staan dus aan de vooravond van belangrijke beslissingen die zullen bepalen of de sterke groei en het succes van de Nederlandse film de komende jaren kan worden voortgezet.''

Op basis waarvan worden keuzes gemaakt voor welke films subsidie krijgt?

''Het Fonds bekijkt of een aanvraag bijdraagt aan het behalen van de gestelde beleidsprioriteiten en hanteert daarnaast een set aan beoordelingscriteria waarbij wordt gekeken naar de inhoudelijke kwaliteit, de zakelijke kwaliteit, het beoogde nationale en internationale bereik, de staat van dienst van de makers, de bijdrage aan de verscheidenheid, de bijdrage aan de creatieve en technische innovatie van de cinematografie en de bijdrage aan het filmklimaat in Nederland.''

''Een groot deel van het budget wordt ook via een automatische suppletieregeling verstrekt waarbij uitsluitend juridische en financiële criteria gelden.''

Wat vind je van de eeuwige kritiek op de keuzes die het Fonds maakt?

''Met de beperkte middelen die het Fonds heeft en zo’n 60 procent meer aanvragen dan het Fonds kan honoreren is er altijd sprake van een natuurlijk spanningsveld. Daarbij komt dat we het enige land zijn waar goede alternatieve vormen van filmfinanciering voorhanden zijn, zoals lokale en taxshelters.''

''Alle ogen zijn dus gericht op het Filmfonds. Immers zowel de meer kunstzinnige films als de grote publieksfilms hebben een financiële basis aan publieke middelen nodig om hun producties van de grond te krijgen. De afzetmarkt is door de beperkte omvang van Nederland, het begrensde taalgebied en de grote internationale concurrentie klein.''

''Film is kapitaal intensief en daarbij ook een risicovol product want je kunt het succes niet altijd voorspellen. Zonder een basis aan publieke middelen zijn de risico’s voor anderen om er in te investeren dus simpelweg te groot. Kortom de belangen zijn groot en de middelen zijn beperkt. Verder moeten wij als fonds zelf natuurlijk wel zo scherp en transparant mogelijk onze keuzes maken.''