Ambitieuze poging klassieker te verfilmen loopt stuk op te veel mooie plaatjes en te weinig verhaal. @@

Bekijk Filmflits met trailer:
Breedband / Modem

Ingeklemd tussen de releases van Pipo en de P-p-parelridder en Pietje Bell 2 gaat deze week het al even nostalgische getinte Kees de Jongen uit. Aangezien de klassieker van Theo Thijssen de status van kinderboek ontstijgt mag dat van de verfilming van Kees de Jongen ook verwacht worden. De makers zijn dan ook erg ambitieus te werk gegaan: Oud-Amsterdam is nu eens niet beperkt tot drie zorgvuldig gerestaureerde straatjes. En wanneer in de eerste (droom)scène al meteen de Westertoren naar beneden davert is het duidelijk dat het hier géén doorsnee kostuumfilm of nostalgische boekverfilming betreft.

Dagdromer

Die ambitie dwingt bewondering af, totdat het -afgebrande- Paleis voor Volksvlijt in het decor opduikt. Hier hebben de makers duidelijk te hoog gegrepen, want het overduidelijke nep-paleis leidt de aandacht vooral af. Dat komt niet alleen door de geldingsdrang van de afdeling special effects, maar ook door het verhaal, dat geen sterke spanningsboog heeft.

Kees (Ruud Feltkamp, met een ferme 'zwembadpas') is nu eenmaal een dagdromer, en geen 'doener'. Hij hoopt dat zijn zieke vader (Theo Maassen, met baard, maar desondanks erg ontroerend) blijft leven. Maar daar kan hij weinig meer aan doen dan drankjes bij de apotheek halen. Tevens hoopt hij dat het ooit wat wordt met Rosa (Hannah Cheney), het nieuwe, rijke meisje in de klas. Maar daar maakt de verlegen en arme Kees weinig werk van. Hij droomt liever weg bij zijn nieuwe atlas, of van een zeldzame postzegel uit een ver land. En dat werkt in een boek nu eenmaal beter dan in een film.

Trucje

Het gebrek aan dadendrang wordt gecompenseerd door de dagdromen van Kees in beeld te brengen. Eerst zien we de scène zoals Kees hem dagdroomt, daarna hoe hij in werkelijkheid plaatsvindt. Het truucje gaat helaas al snel vervelen, omdat het voorspelbaar wordt. En omdat er zowel in de dagdromen als in werkelijkheid geen vonken van de prille toenadering tussen Kees en Rosa afspringen, blijft de film tamelijk afstandelijk. Dat effect wordt nog eens versterkt door de vaak veel te uitleggerige voice-over van Kees' Meester (Hans Kesting). Voorts wist mijn doorgaans goed geïnformeerde kaasboer me te vertellen dat er in de tijd van Kees de Jongen toch echt nog geen 'Old Amsterdam'-kaas bestond- jammer voor die sponsor.

Gezang

Natuurlijk is het niet allemaal kommer en kwel. Monic Hendrickx en Theo Maassen imponeren in relatief kleine rollen, de film ziet er over het algemeen bijzonder fraai uit en bevat af en toe een aanstekelijk absurde scène. Zoals wanneer er na een begrafenis spontaan gezang uitbreekt in de koets waar Kees in rijdt. Verder zet Hans Dagelet in één scène een heerlijke kleermaker neer. Maar die scènes lijken uit een heel andere -en wellicht interessantere- Kees de Jongen-verfilming te komen. Met andere woorden: de film is onevenwichtig, met een titelheld die de aandacht helaas niet genoeg van het decor weet af te leiden. Ondanks die geslaagde zwembadpas.

Het Parool: "brave, goed geacteerde verfilming, met als handicap de overdadige voice-over"
De Volkskrant: "ouderwetse productie in de goede zin van het woord"
In 59 zalen

# Niet gezien
@ Laat maar
@@ Op eigen risico
@@@ Niet slecht
@@@@ Aanrader
@@@@@ Wereldfilm