Steve Martin had met Bringing Down the House eindelijk weer eens een bioscoophit. Dat was ongetwijfeld mede te danken aan Queen -Chicago- Latifah en Eugene -American Pie- Levy, die de film onder Martin vandaan stelen, zoals dat in het Engels zo mooi heet. Maar het uitgangspunt van de ongewenste huisgenote is helaas te oudbakken om een echt vlotte komedie op te leveren. En die komedie maakte Martin bovendien tien jaar terug al, met Housesitter en Goldie Hawn. @@

Martin speelt een gescheiden advocaat, Peter Sanderson, wiens huwelijk is stukgegaan omdat deze workaholic met zijn werk getrouwd was. Ook zijn kinderen zijn daar de dupe van, wanneer een tripje naar Hawaï helaas moet wijken omdat pa een rijke Britse klant moet proberen binnen te halen. Sanderson vindt tussendoor wel tijd om te chatten en de internet-date die dat oplevert, staat op een schaarse vrije avond voor zijn deur. Helaas is het niet bepaald de vrouw van zijn dromen.

In de boeien

Want Charlene (Queen Latifah) stond weliswaar op de foto waarop Sanderson reageerde, maar ver op de achtergrond, en ze was ook nog in de boeien geslagen. De gehaaide ex-gevangene zocht kontakt met een dure advocaat, in de hoop dat deze haar zaak nog eens onder handen zou nemen. Daar voelt Sanderson aanvankelijk weinig voor, maar zowel zijn kinderen als zijn collega (Eugene Levy) lopen wel warm voor Charlene.

Sanderson maakt zich ondertussen meer zorgen wat de blanke buren en zijn Britse klant van deze zwarte tante zullen vinden. Het levert een reeks misverstanden op die vaker vergezocht en vermoeiend zijn dan vermakelijk.

Whigger

Dat maakt Bringing Down the House behoorlijk onevenwichtig. Terwijl flauwe grappen met laxeermiddelen en stonede stijve Britten nauwelijks goed zijn voor een glimlach, zorgen de bijrollen van Eugene Levy en de -mij volkomen onbekende- comediènne Missi Pyle weer wel voor het gewenste effect. Steve Martin speelt zelf de rol van straight guy, totdat hij zich in een van de laatste scènes uitdost als whigger, witte rapper. En ja, dat is zo bezopen dat het weer wél leuk is.

Maar die spaarzame geslaagde grappen worden weer teniet gedaan door de voorspelbare familiemoraal, én het ouderwetse uitgangspunt. Want in een tijd dat rijke rappers allang in Beverly Hills zijn neergestreken hoeft een Queen als Latifah echt niet meer als zwarte 'dienstmeid' een deftige wijk te worden ingesmokkeld.

Het Parool: "flets scenario (maar) ook flauw grapjes treffen geregeld doel"
De Volkskrant: "hopeloos ouderwetse, foute komedie"
In 54 zalen