Vakkundige verfilming dwingt bewondering af, maar geen emoties

En daar is ie dan eindelijk: The Lord of the Rings

De veiligheidsmaatregelen tijdens de persvoorstelling op een verder doodgewone maandagmiddag grensden aan het absurde: drie bewakers fouilleerden iedereen die binnenkwam, zodat de film al begon toen de helft van de pers nog buiten stond. Maar eindelijk begon het Avontuur der Avonturen naar het Boek der Boeken dan, met een efficiënte proloog die 2500 jaar strijd om de Ring in enkele minuten samenvatte, zodat ook een Tolkien-analfabeet zoals ik het verhaal moeiteloos zou kunnen volgen. Drie uur later was het spektakel alweer voorbij.

We hadden Hobbits, elfen, dwergen orcs, en nog vreemdere wezens gezien. We hadden tijd doorgebracht in de meest fantastische landschappen en in onderaardse kerkers; decors die uit de computer werden getoverd of met ouderwetse optische middelen in beeld gebracht.

Koud

De Ring was een personage geworden en Frodo Baggings (Elijah Wood, in de ondertitels stug met 'Balings' aangeduid, want dat is zijn Nederlandse naam) de jonge Hobbit die de held van het verhaal is, was inmiddels volwassen. Een groepje Tolkien-liefhebbers achter me verzuchtte 'nee hè?' toen de onvermijdelijke slotbeelden wegstierven.

Maar mij had het allemaal behoorlijk koud gelaten. Natuurlijk, ik had me vermaakt met het Hobbit-feestje aan het begin en met de monsterlijke orcs. Ik moest constateren dat Ian McKellen een perfecte Gandalf neerzette, zoals eigenlijk iedereen (van Liv Tyler tot Hugo Weaving) perfect gecast was. En als iemand een Hobbit kon spelen dan toch zeker Elijah Wood met zijn dromerige sprookjes-ogen. Ik moest tenslotte ruiterlijk toegeven dat het onderaards monster stukken overtuigender was dan de driekoppige -en overduidelijk digitale- hond in Harry Potters film. Maar waar ik bij die boekverfilming in het verhaal werd gezogen en de personages, hoe karikaturaal ook, tot leven kwamen, gebeurde dat bij the Fellowship of the Rings maar niet.

Nu heb ik ook nooit een boek van Tolkien gelezen, maar dat geldt ook voor Potter. Maar van Potter-regisseur Columbus had ik weinig goeds verwacht, terwijl LOTR-regisseur Jackson zoveel indringender films heeft gemaakt (Heavenly Creatures!).

Maar voor de LOTR-fans is het al heiligschennis om de onvergelijkbare grootheden (Potter en Tolkien) in één zin te gebruiken. Die laten deze recensie na het zien van de magere drie sterren (blasfemie!) al ongelezen, of zijn schuimbekkend van woede een e-mail aan het opstellen. Verspilde moeite: als een Tolkien-ongelovige als ik is niet te bekeren is door één film, dan zal een Tolkien-gelovige heus niet door één recensie van zijn geloof vallen. Laten de gelovigen daarom liever vertrouwen op het juichende oordeel dat ik na afloop van een fan hoorde: "Het is alsof Star Wars weer opnieuw is begonnen, maar dan meteen met The Empire Strikes Back!"

De VolkskrantTrouw

In ruim 100 zalen