Onwaarschijnlijke, maar spannende thriller

Wie Michael Douglas de rol van geslaagde burgerman ziet spelen, weet dat hij -net als eerder in The Game en Basic Instinct- vroeg of laat in het nauw komt. In Don't Say A Word

Hij toont zich tevens een liefdevolle echtgenote voor zijn vrouw Famke Janssen, die met een gebroken been in bed ligt, door haar een romantisch sponsbad te geven. Maar binnen een half uur gebeurt het onvermijdelijke en rent Douglas weer eens als opgejaagd wild door de straten van Manhattan, een vertrouwd beeld.

Douglas' dochter wordt namelijk gekidnapt door onverlaten die van deze kinderpsychiater verlangen dat hij aan een getraumatiseerd meisje (Brittany Murphy) een cijfercode ontfutselt. Die moet weer leiden naar de bergplaats van een gestolen diamant, waarvoor Sean Bean ooit de cel indraaide.

Jaloers

Don't Say A Word gaat er voor het gemak aan voorbij dat Bean met minder moeite een nieuwe diamant zou kunnen stelen, want dan hadden we geen thriller gehad. En dus verbergen Bean en zijn trawanten zoveel camera's in huize Douglas/Janssen dat Big Brother er jaloers op zou worden.

Douglas zelf gooit zijn beroepsethiek zonder aarzelen overboord en bezorgt zijn getraumatiseerde patiënt een nieuw trauma door haar mee te slepen naar de plek waar ze haar vader ooit zag verongelukken. Een volgend uitstapje brengt hen naar de begraafplaats waar de climax plaatsvindt, een shoot-out die beter in een western had gepast.

Kortom, van realisme moet Don't Say A Word het niet hebben. Toch werkt de thriller van Gary Fleder (Kiss The Girls), mits de kijker zijn gevoel voor logica uitschakelt. Douglas speelt de rol van nette man onder druk als geen ander, al heeft hij wel opvallend veel make up op. Murphy intrigeert als de verknipte sleutel naar de diamant. En wanneer ook Famke Janssen meer mag doen dan met een gebroken been à la Rear Window in bed liggen, haalt Don't Say A Word op de valreep alsnog een voldoende.

Het ParoolDe Volkskrant

In 56 zalen