Vier steden bezoeken in een week, leven uit een koffer en turen uit het busraam. Voor Cato van Dijck, leadzangeres van de band My Baby, is dit momenteel de normaalste zaak van de wereld. "Je moet je eraan overgeven."

Van Dijck reist samen met haar broer Joost (drummer) en gitarist Daniel Johnston al zo'n vijf jaar de hele zomer door Europa om te toeren langs festivals. "Ik ben er inmiddels gewend aan geraakt, er begint een structuur in te zitten", lacht Van Dijck.

Op het moment dat NU.nl Van Dijck spreekt, is ze net aangekomen in Boedapest (Hongarije), waar de band vanaf Duitsland heen is gevlogen. "We rijden nu met de bus naar het festival, waar we - als er tijd is - nog even een rondje kunnen maken. Daarna gaan we opbouwen, soundchecken en vanavond laat is dan de show", vertelt de 31-jarige zangeres. "Rond 5.00 uur 's nachts zijn we bij het hotel en morgen gaan we dan weer naar Estland."

Mensen hebben vaak een heel ander idee van het tourleven, zegt Van Dijck. "Ze denken: je speelt een uurtje ergens en dan ga je weer verder, maar het zijn lange dagen waarin je veel reist, maar ook opbouwt en merchandise verkoopt."

My Baby op het podium van Parkpop in Den Haag. (Foto: BrunoPress)

'Je kunt geen kant op'

Het leven van Van Dijck speelt zich nu grotendeels af in de bus en het vliegtuig. "Daarin moet je zen zien te worden. Dus dan ga ik muziek luisteren, of gewoon uit het raam kijken en de wereld aan me voorbij laten gaan. Je kunt toch geen kant op, dus daar moet je je aan overgeven."

Tussendoor kan de band soms wat van de stad zien die ze bezoeken. "Het is eigenlijk een constante stedentrip", lacht ze. "Maar echt uitgebreid ontdek je de stad niet. Vaak zie je vooral snel de hoogtepunten en moeten we daarna weer weg."

Minder leuk aan al dat reizen vindt Van Dijck de vele tijd die ze moet doorbrengen op het vliegveld. "Het is moeilijk om daar ontspannen te blijven, zeker in de zomer met al die rijen. Zulke plekken vermijd ik wel liever."

'Glastonbury is de moeder der festivals'

Wat is het favoriete festival van de zangeres? "Glastonbury, daar stonden we dit jaar voor derde keer. Dat is het moeder der festivals, zo groot, zo oud. Er hangt zo'n goede sfeer, ook al regent het en verandert het terrein in een modderpoel. Het is mijn droom om daar ooit op de mainstage te staan."

Na de tourzomer start de band weer met een clubtour. "Dan koopt het publiek echt tickets voor jou, ze komen om jou te zien. Je kunt dan echt meer je avond creëren, meer proberen. Op een festival moet je in een uurtje laten zien wat je in huis hebt en moet je echt indruk maken. Het is echt een soort uitdaging om zo veel mogelijk mensen bij je stage te krijgen."