De beslissing van Obama om op de belangrijkste onderhandelingsdag, 18 december, in Kopenhagen te zijn, was een echt Sinterklaascadeau.

Zijn eerdere plan om even langs te wippen op weg naar de Nobelprijs-uitreiking, stemde somber. Als ‘leider van de wereld’ is hij de enige die 192 dwarse landen op een lijn kan krijgen om klimaatverandering nu een halt toe te roepen.

Hij heeft de positie om grootverbruikers (zoals China) aan een echte afspraak te binden en rijke, westerse landen te dwingen te investeren in duurzame economische groei in de derde wereld.

Maar onmiskenbaar huizen er twee zielen in Obama’s borst. Er is de progressieve democraat die samen met Al Gore meermalen heeft beklemtoond dat klimaatverandering één van de grootste problemen van onze tijd is.

Maar hij is ook de president van het meest vervuilende land van de wereld. De leider van Amerikanen die ongeacht hun politieke kleur getrouwd zijn met hun airconditioning, hun benzineslurpende auto’s en hun huizenhoge koelkasten (en het liefst drie).

In de Verenigde Staten zijn energiebesparing en vermindering van de CO2-uitstoot niet meer en niet minder dan een frontale aanval op ‘the American Way of Life’. Dat complotten van klimaatsceptici juist in de Verenigde Staten welig tieren, hoeft nauwelijks te verbazen.

Daar mag je nog eens bij optellen dat Obama zijn bevolking en parlement nodig heeft voor een goed maar omstreden gezondheidszorgplan en voor een impopulaire Afghanistanbeslissing.

Dus wat gaat Obama doen? En hebben wij, niet zijnde Amerikaanse kiezers, er wat over te zeggen? Ik denk - helaas - niet zoveel. Wat we kunnen doen, is de druk opvoeren: door demonstraties en acties, en door Europese leiders die Obama eensgezind onder druk zetten.

Alleen als het internationale gezichtsverlies heel groot dreigt te worden, als het buitenlandse commentaar ook - en gezaghebbend - het Amerikaanse binnenland bereikt, zal er wat in beweging komen. En dan nog ... Maar vanaf nu moet gelden: alle ballen op Obama!