Het kabinet hoopt dat mensen vanaf volgende maand zelf een coronasneltest kunnen afnemen. Het ministerie van Volksgezondheid denkt dat met zelftests eerder besmettingen kunnen worden opgespoord bij mensen die geen klachten hebben. Het idee is dat de zogeheten antigeentests niet alleen beschikbaar komen voor werkgevers en het onderwijs, maar ook in winkels komen te liggen.

De antigeentest wordt nu alleen nog in teststraten gebruikt. De uitslag komt een stuk sneller dan bij een PCR-test, maar is ook minder gevoelig. Net als bij de PCR-test wordt met een wattenstaafje slijm uit de neus en keel afgenomen.

"Zo kunnen we het virus de pas afsnijden", aldus demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid). "Om dat eenvoudiger en laagdrempeliger te maken, moeten we het anders doen: niet de mensen naar de teststraat, maar de tests naar de mensen. We maken het daarom nu in Nederland mogelijk dat producenten van goede sneltests daar ook een zelftestversie van maken." Zo'n zelftestversie zou dan bijvoorbeeld een kortere wattenstaaf hebben.

De overheid zal een deel van de kosten van zelftests voor werkgevers en het onderwijs voor haar rekening nemen, aldus De Jonge. Wat een zelftest in de supermarkt gaat kosten, dat zal van het bedrijf afhangen. "Dat zal ongeveer een tientje zijn", verwacht de minister.