"Ik word de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie", zei Frans Timmermans een paar weken geleden tegen NU.nl. Maar zo zeker is dat niet. De benoeming van de nieuwe voorzitter is een ingewikkeld proces waarbij op veel verschillende niveaus de politieke belangen worden afgewogen.

In de Europese verkiezingen heeft het Europees Parlement een aantal Spitzenkandidaten naar voren geschoven, met het idee dat de winnaar de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie zal worden.

De belangrijkste namen zijn Manfred Weber (christendemocraten), Frans Timmermans (sociaaldemocraten) en Margrethe Vestager (liberalen).

De vorige keer werkte het inderdaad zo. De christendemocraten wonnen, hun kandidaat Jean-Claude Juncker won. Inmiddels is het al wat afgezwakt: het EP wil dat het één van de topkandidaten wordt. Het hoeft niet per se de kandidaat van de grootste partij te worden.

Maar zo simpel is het ook niet. Het officiële proces werkt namelijk zo: de Europese Raad (de 28 regeringsleiders) dragen iemand voor, "rekening houdend met de uitslag van de Europese verkiezingen". Vervolgens moet het Europees Parlement (EP) die kandidaat goedkeuren of besluiten dat niet te doen. Zowel het Europees Parlement als de Europese Raad heeft dus behoorlijk wat invloed.

In dat proces moet met van alles rekening gehouden worden. We hebben ze op een rijtje gezet.

1: De Spitzenkandidaten

Weber, Vestager of Timmermans; het Europees Parlement wil dat één van de fractieleiders van het EP wordt benoemd tot voorzitter van de Europese Commissie, maar officieel hoeft dat niet. Leiders als Mark Rutte en Emmanuel Macron hebben al laten doorschemeren geen grote fan te zijn van het proces met de Spitzenkandidaten.

Desondanks is het wel waarschijnlijker dat een van deze fractieleiders wordt gekozen. De kandidaat moet immers worden goedgekeurd door het Europees Parlement, dat heeft gezegd niemand anders te accepteren dan een van de Spitzenkandidaten.

2: De verhoudingen tussen de lidstaten

De bal ligt dus in eerste instantie bij de 28 regeringsleiders, hoewel de Britten zich gezien de aanstaande Brexit waarschijnlijk afzijdig zullen houden. Wie willen zij naar voren schuiven en wie willen zij op de andere posten hebben?

Natuurlijk heb je een aantal zwaargewichten van wie de stem extra telt: Angela Merkel, Macron en Rutte zijn invloedrijke spelers binnen de Raad.

Om een beeld te geven van hoe de verhoudingen liggen, is het interessant om te kijken naar de politieke kleuren van de verschillende regeringsleiders. Er zijn veel liberale regeringsleiders (zoals Macron en Rutte), maar net zoveel christendemocraten (zoals Merkel). De sociaaldemocraten hebben er wat minder.

Dinsdag zijn de gesprekken in achterkamertjes al van start gegaan. Macron spreekt onder anderen met Rutte, de Spaanse premier Pedro Sánchez en de Belgische premier Charles Michel.

3: De verhoudingen in de lidstaten zelf

In elke individuele lidstaat speelt natuurlijk ook een politiek belang: wie wordt voorgedragen? Vaak is er in coalities al afgesproken welke partij een Eurocommissaris mag leveren.

Vijf jaar geleden, ten tijde van het tweede kabinet-Rutte (VVD-PvdA), was al afgesproken dat de Partij van de Arbeid de Eurocommissaris mag leveren. Momenteel zit de PvdA in de oppositie. Het kabinet moet een afweging maken. Zo kan het kabinet iemand van een van de vier regeringspartijen voor een mindere post binnen de Commissie naar Brussel sturen of toch iemand van de oppositie voor de allerhoogste positie voordragen.

4: De verhouding in het Europees Parlement

Officieel moet er rekening worden gehouden met de uitslag van de Europese verkiezingen. Maar op welke manier precies, is niet vastgelegd. Hoewel de christendemocraten opnieuw de grootste zijn geworden, kan er ook worden gekeken naar de grootste winnaar (de liberalen, tevens de op twee na grootste groep) of de nummer twee (de sociaaldemocraten).

5: De andere en vorige topposities

Belangrijk in de puzzel is ook de balans: wie krijgt de rest? Naast het voorzitterschap van de Commissie zijn er nog een paar andere baantjes die verdeeld moeten worden: de voorzitter van de Europese Raad (nu is dat de Pool Donald Tusk) de hoge Buitenlandvertegenwoordiger (momenteel de Italiaanse Federica Mogherini), de voorzitter van het Europees Parlement (nu is dat de Italiaan Antonio Tajani) en de voorzitter van de Europese Centrale Bank (nu nog de Italiaan Mario Draghi).

Landen die nu een hoge positie hebben, hebben deze keer wat minder kans om een toppositie te krijgen. Daarnaast wordt bij het verdelen van die posities ook gekeken naar de balans in politieke kleur, de man-vrouwverhouding en de verdeling tussen oostelijke en westelijke lidstaten en die tussen noordelijke en zuidelijke EU-landen.