41,2 procent van de Nederlandse kiesgerechtigden is donderdag naar de stembus gegaan om 26 Nederlandse Europarlementariërs te kiezen, blijkt uit een peiling van onderzoeksbureau Ipsos in opdracht van de NOS. Dit is de hoogste opkomst voor Europese verkiezingen sinds 1989.

In 1989 ging 47,48 procent van de kiesgerechtigden naar de stembus. In de vijf daaropvolgende Europese verkiezingen werd deze grens niet meer overschreden. Vijf jaar geleden lag de opkomst op 37,32 procent.

De hoogste opkomst werd behaald bij de eerste Europese verkiezingen in 1979. Ruim 58 procent van de Nederlanders maakte toen de gang naar de stembus. Het absolute dieptepunt was 1999. Slechts drie op de tien Nederlanders stemden in dat jaar.

De opkomst voor Europese verkiezingen is altijd relatief laag. Bij verkiezingen voor gemeenteraden en de Provinciale Staten brengt doorgaans iets meer dan de helft van de stemgerechtigden een stem uit. Wanneer een nieuwe Tweede Kamer wordt gekozen, ligt de opkomst rond de 80 procent.

Opkomst Europese verkiezingen

  • 1979: 58,12 procent
  • 1984: 50,88 procent
  • 1989: 47,48 procent
  • 1994: 35,69 procent
  • 1999: 30,02 procent
  • 2004: 39,26 procent
  • 2009: 36,75 procent
  • 2014: 37,32 procent
  • 2019: 41,20 procent

PvdA grote winnaar, VVD en CDA volgen

De PvdA is de grote winnaar bij deze verkiezingen. De sociaaldemocraten gaan van drie naar vijf zetels. De VVD wint een zetel en komt op vier, net als het CDA. Deze partij levert echter een zetel in.

Nieuwkomer Forum voor Democratie (FVD) heeft 11 procent van de stemmen gekregen en komt daarmee op drie zetels. De PVV, D66 en SP verliezen flink.

De definitieve uitslag wordt zondagavond verwacht, nadat in alle lidstaten van de EU is gestemd.