In het Europees Parlement zijn er traditioneel gezien twee grote partijen: de christendemocraten en de sociaaldemocraten. Dit jaar lijken ze hun dominante positie voor het eerst te verliezen. Andere partijen ruiken hun kans.

Momenteel heeft de Europese Volkspartij, de christendemocratische groep waartoe ook het CDA behoort, 217 zetels in het Europees Parlement. De sociaaldemocratische groep S&D, waar de PvdA bij is aangesloten, heeft er 186.

Bij elkaar hebben de twee middenpartijen nu 53 procent van het Europees Parlement (EP) in handen. De combinatie wordt in Brussels jargon ook wel de 'Grand Coalition' genoemd. Sinds 1979 wordt het Europees Parlement direct gekozen, en sinds dat moment hebben de twee groepen ook een meerderheid in handen.

Volgens elke peiling komt daar nu, veertig jaar na de eerste Europese verkiezingen, een einde aan. Volgens de laatste peilingen verliest de 'Grand Coalition' gezamenlijk 81 zetels, waarna ze nog maar 44 procent van het Europees Parlement in handen zou hebben.

"Dit wordt het interessantste aan deze verkiezingen", zegt Bas Eickhout over het einde van die dominante positie van de twee grote partijen. Eickhout is de fractievoorzitter van GroenLinks in het EP en tevens een van de twee kopstukken van de Europese Groenen. "Het ziet ernaar uit dat we een spilpositie krijgen."

Meer zoals Denemarken en Nederland

In het Europees Parlement heb je geen coalities zoals in de Tweede Kamer, want er is ook geen regering. Maar er wordt wel veel samengewerkt tussen de twee grootste partijen, en ook de belangrijkste baantjes worden doorgaans verdeeld tussen de twee grootste partijen. Dat wordt nu lastiger.

“Het Europees kan meer gaan lijken op het Nederlandse of het Deense parlement.”
Denktank Carnegie Europe

Denktank Carnegie Europe concludeerde al eerder dat het openbreken van de 'Grand Coalition' kansen biedt voor met name de Groenen en de Liberalen: pro-EU-groepen die ideologisch gezien vaak niet ontzettend ver van de twee grote centrumpartijen af staan. "Het EP kan daardoor meer gaan lijken op het Nederlandse of het Deense parlement, met meer partijen en meer coalitiemogelijkheden."

Want de zetels die de twee grote partijen verliezen, gaan natuurlijk ergens heen. De Groenen staan in de peilingen op een bescheiden plus, de liberale groep waartoe D66 en VVD behoren staan op een behoorlijke plus.

Ook de eurosceptische groep van Matteo Salvini, Marine Le Pen en Geert Wilders doet het trouwens goed in de peilingen, maar gezien hun eurokritische houding lijkt het minder waarschijnlijk dat zij zullen samenwerken met de middenpartijen.

Liberalen ontregelen Spitzenkandidaten

De liberalen gebruiken hun sleutelpositie vooral om het hele concept van 'Spitzenkandidaten' te ontregelen. Waar de meeste partijen één of twee kandidaten naar voren hebben geschoven als opvolger van Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker, heeft de liberale groep een heel team aan afgevaardigden naar voren geschoven.

Die actie is enigszins in lijn met het standpunt van de Franse president Emmanuel Macron, die er geen geheim van maakt niets te zien in de Spitzenkandidaten die door het EP naar voren worden geschoven.

Groenen stellen eisen

GroenLinkser Eickhout vermoedt dat de sociaaldemocraten dit keer niet zonder de Europese Groenen willen. Hij verwacht dit keer ook aan de onderhandelingstafel te zitten.

De afgelopen weken, tijdens de campagne, is duidelijk geworden dat hun steun wat zal kosten: "We zullen de kleinere van de vier zijn. Maar soms kan je als kleine partij wel veel eisen op tafel leggen."

De Europese verkiezingen vinden deze week plaats in de hele Europese Unie, van 23 tot en met 26 mei. In Nederland kunnen we alleen op 23 mei naar de stembus.