Op verzoek van heemkundekring Die Overdraghe heeft de gemeente Moerdijk de Joodse begraafplaats aan de Blauwe Hoefsweg in Klundert opgeknapt. 

De omheining en het groen om de begraafplaats heen zijn opgeknapt. Aan de begraafplaats zelf en de daarop staande zerken mag niets worden gedaan omdat volgens de Joodse wetten de eeuwige rust van de overledenen niet verstoord mag worden.

Joseph Lichtenstein, slager in Klundert, vroeg op 16 juni 1871 aan het gemeentebestuur toestemming om een perceel gemeentegrond te kopen. Op dit stuk grond van 315 centiaren wilde de Israëlische gemeente een begraafplaats aanleggen. Op 11 juli ging de gemeente akkoord. Daarmee kreeg Klundert even ten noorden buiten de vesting een kleine Joodse begraafplaats.

Grafrust

In datzelfde jaar probeerde ook Jacob Jacob, een koopman en winkelier in Zevenbergen, een stuk grond te kopen. De gemeenteraad van Zevenbergen stond een stukje grond op de algemene begraafplaats af. Maar de Joodse gemeenschap in Zevenbergen kon dit stuk niet aannemen omdat zij op deze begraafplaats niet verzekerd zou zijn van eeuwige grafrust. Daarom werden ook de Joden uit Zevenbergen begraven op de Joodse begraafplaats in Klundert.

De Joodse gemeente hield in 1894 op te bestaan als zelfstandige geloofsgemeenschap en werd in 1906 opgeheven. De begraafplaats bleef echter in stand. Manus van Straten was in november 1940 de laatste die op de Joodse begraafplaats werd begraven. Er liggen 66 mensen.

In de jaren zestig van de vorige eeuw is wel geprobeerd om de begraafplaats te verplaatsen, maar de landelijke Joodse Raad gaf geen toestemming.