Van de in Etten-Leur woonachtige Ton Roozeboom is het boek 'De Nazi moordfabrieken' verschenen. Het boek bevat archeologisch onderbouwde illustraties en plattegronden van vier vrij onbekende Duitse vernietigingskampen in Oost-Polen: Chelmno, Belzec, Treblinka en Sobibor. 

Het ruim 470 pagina's tellende boek staat boordevol nooit eerder gepubliceerde getuigenverklaringen en geeft samen met ruim negenhonderd foto's op gedetailleerde wijze inzicht in de werkwijze van de toenmalige SS in de concentratiekampen en het vernietigingsproces van de Joden.

Ton Roozeboom is geboren in Werkendam. Zijn jonge jaren bracht hij door in Amsterdam, waar hij tevens de middelbare school doorliep. Toen hij 17 jaar was vertrok hij naar Etten-Leur. Hij studeerde fotografie aan Kunstacademie Sint Joost in Breda.

In Etten-Leur leerde hij Adriënne Vergouwen kennen, de dochter van de bekende 'Willemke' Vergouwen, die een speelgoedzaak had op de hoek van de Markt en de Ridderstraat in Etten-Leur.

Kennedy

Met Adriënne is hij getrouwd en samen hebben ze een dochter, een zoon en drie kleinkinderen. Omdat vader Vergouwen overleed, hebben Adriënne en Ton 25 jaar de speelgoedzaak gerund. In 1992 hebben ze de zaak verhuurd en vertrokken ze naar Californië in Amerika.

Daar maakte Roozeboom als filmer meer dan honderd documentaires over auto's, motoren en vliegtuigen. Zijn bekendste documentaire is de moord op John F. Kennedy. "Deze film maakte ik samen met mijn zoon Jeffry en Thars Duynstee. De documentaire werd op televisie uitgezonden in 2006 mede door toedoen van Peter R. de Vries."

Vanwege heimwee naar de kleinkinderen zijn de Roozebooms in 2012 weer teruggekeerd naar Nederland en wonen ze weer in Etten-Leur. Het schrijven van het boek over de vernietigingskampen heeft langer geduurd dan gepland.

Himmelfahrtstrasse

"Er moest toestemming komen om te graven onder een herdenkingsplein, het zogenaamde asfaltplein, waarop de Russen een typisch communistisch monument hadden gebouwd. Archeologen waren er na grondig onderzoek achter gekomen dat onder het plein de restanten van de gaskamer van Sobibor moesten liggen. De straat naar deze plek toe heette Himmelfahrtstrasse, het laatste stukje lopen voor de Joden naar de gaskamer."

Dit onderdeel was ook het laatste hoofdstuk voor zijn boek. "In 2015 kregen we toestemming om te gaan graven. In totaal heb ik vijf jaar aan het boek gewerkt. Het handelt over de vier genoemde kampen die deel uitmaakten van een uiterst geheim project van de nazi’s." 

"Foto’s nemen werd met de dood bestraft. In een poging alle sporen ervan te wissen, werden de kampen al in 1943 door de Duitsers afgebroken. Er werden bomen op de locaties geplant zodat niets meer zou wijzen op de misdaden die er zijn gepleegd", laat Roozeboom weten. 

Belangrijke vondsten

Dankzij een internationale groep van archeologen en diverse ooggetuigen, is er de laatste jaren toch veel ontdekt over de kampen en de mensen die er aan hun eind zijn gekomen. Roozeboom: "Ik heb deze archeologen mogen volgen en heb zo de trieste, maar historisch belangrijke vondsten kunnen vastleggen in schrift en op beeld."

Ook heeft de schrijver oud-gevangenen ontmoet, waaronder de inmiddels overleden Nederlander Jules Schelvis. "Hij zat gevangen in Sobibor en heeft een hoofdstuk van het boek geschreven.”

Naamplaatje

Vanaf 2012 heeft Roozeboom de genoemde kampen regelmatig bezocht. In zijn aanwezigheid zijn veel vondsten gedaan, een daarvan heeft hem erg geraakt: "Het was de vondst van het naamplaatje van David 'Deddie' Zak in 2013, een Joods jongetje van acht jaar uit de rivierenbuurt in Amsterdam."

"We kunnen bewijzen dat hij vanuit de Uiterwaardenstraat via Vugt naar Westerbork is gevoerd, waar hij op 8 juni 1943 is vertrokken met een kindertransport naar Sobibor. Hier is hij waarschijnlijk binnen een uur na aankomst vermoord tegelijkertijd met zijn vader Simon en moeder Judith." 

De naam van Deddie wordt tot op dit moment levend gehouden door zijn nichtje Lies Caransa-de Hoop, die op scholen nog steeds het verhaal over de Holocaust vertelt.