Het wijnjaar 2021 was een redelijk jaar voor de Nederlandse wijnboeren. De ondernemingen zijn vaak bloedserieus en de belangstelling voor producten uit de buurt is groot. "Van de hang naar regionaal profiteert ook de wijnbouw."

"Het is niet eens zo slecht gegaan", zegt Manon de Boer, woordvoerder van Vereniging Nederlandse Wijn Producenten, over de Nederlandse wijnoogst van vorig jaar. "Het gaat om een klein verschil met het jaar ervoor, onder andere veroorzaakt door vorst eind mei."

Een andere oorzaak van problemen was de schimmelziekte valse meeldauw. Die verpest druiven die te veel vocht hebben gekregen. Dat gebeurde vooral in de zomer, die afwisselend warm en nat was. "Daardoor gaan de druiven rotten", aldus De Boer. Het was in dat opzicht een grillig jaar. "De wijnstokken groeiden door het wisselvallige weer minder snel."

Het aantal vierkante meters wijnbouwgrond is wel gestegen: van 260 naar 275 hectare. Dat komt vooral door het uitbreiden van bestaande percelen van wijnbouwen, niet door een aanwas van grote aantallen nieuwe bedrijven. "Het gaat om een hectare hier en een hectare daar", schetst De Boer. Bij de wijnbrancheclub zijn 100 van de circa 175 wijnboeren aangesloten.

Meer rode en minder witte wijn

De Boer vindt het opvallend dat het aandeel rode wijn is gegroeid en daarmee het aantal witte wijnen is gedaald. Bijna 30 procent van de productie in 2021 was volgens haar rode wijn, waar dat vorig jaar nog een kwart was. Een mogelijke oorzaak van deze stijging is dat de valse meeldauw met name bij witte druivenrassen voor problemen zorgde. Zo zijn er op verschillende plekken minder of geen johanniterdruiven geoogst. Het totale aantal flessen, dat jaarlijks rond de een miljoen ligt, is nagenoeg gelijk gebleven aan 2020.

“De belangstelling heeft ook te maken met het bewustzijn van consumenten die in hun maag zitten met de CO2-uitstoot door het transport.”
Harold Hamersma, wijnexpert

Wijnkenner Harold Hamersma ziet de kwaliteit van de Nederlandse wijnen allengs omhooggaan, ook door de zeer serieuze manier waarop de ondernemers hun druiventeelt aanpakken. Qua hoeveelheden kan ons land volgens hem nooit tippen aan Chili of Frankrijk, maar Hamersma trekt graag een vaderlandse wijn open. De Kleine Schorre uit Zeeland bijvoorbeeld, die hij voor de KLM World Business Class uitkoos. Maar ook van Frysling uit - inderdaad - Friesland maakt zijn hart een huppeltje. Hamersma noemt ook St. Martinus. "En De Apostelhoeve, natuurlijk. Dat bedrijf laat zien hoe het ook kan."

De belangstelling is er ook best, ziet Hamersma. "Het past in de trend van de laatste jaren: wat van dichtbij komt, is lekker. We eten varken van boer Henk en bloemkool van Piet en we plukken kruiden uit de buurt. En het heeft te maken met het bewustzijn van consumenten die in hun maag zitten met de CO2-uitstoot door het transport. Van die hang naar regionaal profiteert ook de wijnbouw."

Heel veel aandacht per druif

De toegenomen kwaliteit hangt zeker samen met de grote aandacht die elke druif krijgt. "Er zijn veel hobbyboeren bij die onevenredig veel tijd in hun druiven steken", zegt Hamersma. "De druiven krijgen bij wijze van spreken thermisch ondergoed aan als het koud is en ze steken een parasolletje op als de zon te fel is. De ambitie is enorm."

"In de supermarkt vind je de wijnen amper", aldus de wijnschrijver. "Daar is het aantal flessen veel te klein voor. Maar er zijn wel leuke webshops met Nederlandse wijnen, zoals De Nederlandse Wijnwijnkel en Bob Wijn. En je ziet ook wijnboeren die voor toerisme zorgen. Die doen rondleidingen, ze verhuren huisjes en houden meditatiesessies. Dat vinden mensen leuk."