Koopmans meldde vorige week de gist te zijn vergeten in de oliebollenmix. Het leverde keiharde oliebollen voor de thuisbakkers op, maar vormde gelukkig geen gevaar. Hoe kon dit gebeuren en wat doen fabrieken eraan om fouten te voorkomen?

Een allergeen vergeten op het etiket, stukje metaal in koekjes, verkeerde houdbaarheidsdatum op de verpakking: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit meldt geregeld terugroepacties van producten waar iets aan schort.

Vorige week was het Dr. Oetker, het merk waar Koopmans onder valt, dat melding maakte van een productiefout: er zat geen gist in de oliebollenmix. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kwam er niet aan te pas, want er was geen gevaar voor de volksgezondheid.

Hoe kan zo'n fout ontstaan? Dat kan volgens IJsbrand Velzeboer, voedseltechnoloog van Scienta Nova, aan meerdere dingen liggen. "Het zou kunnen dat de gistkorrels gewoonweg niet goed genoeg door de meelmix gemengd waren en daardoor niet gelijk verdeeld zijn in het beslag. Ook kan het zijn dat er een programmeringsfout is geweest, of een storing aan de klep van een doseerinstallatie. Het kunnen heel lullige fouten zijn."

Het bleek om een menselijke fout te gaan, meldt Dr. Oetker. "We hebben er alles aan gedaan om de verpakkingen terug te roepen en ervoor te zorgen dat mensen gewoon oliebollen kunnen bakken", zegt een woordvoerder. Meer wil het bedrijf er niet over kwijt.

“Een strategie die fabrikanten kunnen gebruiken is de eindgewichtscontrole. Alle ingrediënten tel je in gewicht bij elkaar op. Als het aantal kilogrammen niet klopt, dan mist er wat.”
IJsbrand Velzeboer, voedseltechnoloog

Het ontbreken van gist in verpakkingen is vervelend, want je krijgt harde oliebollen, maar gevaarlijk is het niet. Vormt de fout een risico voor de gezondheid, dan komt de NVWA om de hoek kijken, vertelt een woordvoerder van de toezichthouder. "Wij werken risicogericht. Dat wil zeggen dat wij ons toezicht focussen op waar wij risico's verwachten."

Ondanks het toezicht dat de NVWA uitoefent, benadrukt de toezichthouder dat de bedrijven zelf alles moeten doen om voedselveiligheid te garanderen. "Ze zijn zelf verantwoordelijk voor de producten die zij maken of in de handel brengen", aldus de woordvoerder. Zijn er afwijkingen in de receptuur? Dan meldt het bedrijf dit zelf aan de NVWA. De toezichthouder kijkt vervolgens of de fout het voedsel onveilig maakt.

Enkele dagen geleden waarschuwde de NVWA nog voor gerstegraspoeder met een verhoogd gehalte aan ethyleenoxide. Eerder werd er gewaarschuwd voor de groentesap met selderij, waarvan de selderij niet bij de allergenen genoemd is.

Velzeboer stelt dat het vooral belangrijk is dat conserveringsmiddelen niet vergeten worden. Die zorgen er namelijk voor dat het eten langer goed blijft. "Neem E250, het middel dat vlees een rode kleur geeft en bederven tegen gaat: als dat ontbreekt, kan het heel gevaarlijk worden."

Mocht je een fikse allergie hebben, dan kun je je abonneren op de meldingen van de NVWA. Zo zie je als eerste welke producten uit de schappen worden gehaald.

E250 geeft vlees een rode kleur en gaat bederf tegen. Het kan gevaarlijke zijn als dat ontbreekt.

E250 geeft vlees een rode kleur en gaat bederf tegen. Het kan gevaarlijke zijn als dat ontbreekt.
E250 geeft vlees een rode kleur en gaat bederf tegen. Het kan gevaarlijke zijn als dat ontbreekt.
Foto: Getty Images

99 procent van de fouten wordt tijdig ontdekt

Fabrikanten gebruiken verschillende manieren om te voorkomen dat ze fouten maken, zegt Velzeboer. "Een strategie die fabrikanten kunnen gebruiken is de eindgewichtscontrole. Alle ingrediënten tel je in gewicht bij elkaar op. Als het aantal kilogrammen niet klopt, dan mist er wat."

Een andere strategie is het proeven van de eerste verpakking, wat door de operator gedaan wordt. Sommige fabrieken voeren automatische checks uit tijdens de productie, ook wel kwaliteitsbewaking genoemd. Als er iets niet klopt, worden ze er sneller op geattendeerd en kunnen ze nog iets aan het proces doen.

"Omdat personeelsleden die in de fabriek werken het proces door en door kennen, wordt 99 procent van de productiefouten tijdig ontdekt, mits er een gezonde voedselveiligheidscultuur in het bedrijf heerst", aldus Velzeboer.

"Ik denk dat fouten in het productieproces best vaak ongemerkt blijven: als er geen klachten zijn, dan is het goed", zegt de voedseltechnoloog. "De schade van een terugroepactie kan oplopen tot in de tienduizenden euro's."

Ondanks dat fabrikanten een meldplicht hebben naar de certificerende instanties, vermoedt Velzeboer dat dit niet altijd gebeurt. "Zeker niet als dit onbelangrijke fouten zijn, die niet merkbaar zijn voor de klant. Dat is maar goed ook, want er wordt al genoeg voedsel weggegooid wegens strenge veiligheidsregels. Iedereen kan fouten maken. Alleen een idioot volhardt daarin."

We zijn benieuwd naar je mening over dit artikel. Klik hier om je feedback achter te laten in een korte vragenlijst van een minuut.