Hutspot en stamppot: vooral in de winter genieten veel mensen van de Nederlandse keuken. Toch zijn veel gerechten die wij als 'van ons' beschouwen ook bekend over de grens.

Gerechten die je echt alleen maar in één land vindt, zijn volgens culinair historicus Charlotte Kleyn zeldzaam. Gerechten trekken zich niets van landgrenzen aan. Waarom zien wij spruitjes dan toch als typisch Hollands?

"In de negentiende eeuw kwam het nationalisme op", weet Kleyn, auteur van het boek Trek, dat gaat over eten onderweg. "Landen wilden allemaal een eigen identiteit en eten hoorde daar ook bij. Dus werden er bepaalde gerechten gepromoot als 'echt Nederlands', maar de verklaringen waren vaak vergezocht. Mensen aten vooral wat er in de buurt te vinden was, en als je in hetzelfde klimaat leeft, verschilt dat niet veel."

Een tweede reden is dat sommige combinaties zó logisch zijn, dat ze op verschillende plekken natuurlijk ontstaan. Kleyn: "Als je een aardappel en een wortel hebt, is het niet vreemd dat je ze vroeg of laat bij elkaar gooit."

"Uniek eten kom je niet vaak tegen", zegt ook culinair auteur Janneke Vreugdenhil, auteur van de De bijbel van de Nederlandse keuken. "En zeker niet in Nederland. Wij zijn altijd een klein landje geweest, gericht op handel met het buitenland. Dat heeft onze keuken enorm beïnvloed."

De kroket? Die komt oorspronkelijk uit Frankrijk en is ook in Spanje geliefd. "Unieke Hollandse kost vind je eerder in toetjes en koek, zoals de stroopwafel. Een stamppot is misschien heel Nederlands, maar gekookte aardappelen en groenten door elkaar te gooien en aanstampen? Dat hebben meer mensen bedacht."

Zeeuwse bolus of Portugese bolo?

Zeeuwse bolus of Portugese bolo?
Zeeuwse bolus of Portugese bolo?
Foto: Getty Images

In Jeruzalem stikt het van de bolusbakkers

Neem de bolus. Volgens de Zeeuwen is die plakkerige lekkernij uitgevonden door een Zeeuwse bakker. De eerste aanwijzing dat de bolus niet Zeeuws is, is de naam. "'Bolo' betekent taart, koek of cake in het Portugees", zegt Kleyn.

Logisch, want de eerste bolusbakkers waren Sefardische joden uit Spanje en Portugal. Zij kwamen in de zestiende eeuw naar Nederland om aan religieuze vervolging te ontsnappen en namen hun voedsel met zich mee. "In de negentiende eeuw werden er bijvoorbeeld ook in London 'Boolers' verkocht door Joodse bakkers." Bolusliefhebbers kunnen hun hart ophalen in Jeruzalem. Daar stikt het van de bolusbakkers.

“Friet met vlees en kaas is geen heel vreemde combinatie.”
Charlotte Kleyn, culinair historicus

Alleen de rookworst is oer-Hollands

De kapsalon dan? In 2003 vraagt kapper Nataniël Gomes aan Rotterdams shoarmarestaurant El Aviva of ze zijn shoarma en patat door elkaar kunnen gooien. De eigenaar voegt wat extra saus, kaas en salade toe en een nieuw gerecht is geboren.

Toch is de combinatie van vlees, patat, saus en kaas niet uniek. Het meest verwant aan de kapsalon is de Australische halal snack pack: friet met döner kebab, kaas, saus en soms salade. "Friet met vlees en kaas is geen heel vreemde combinatie", stelt Kleyn. "Het is niet zo gek dat je het in veel landen tegenkomt, maar die verschillende varianten hoeven niets met elkaar te maken te hebben."

Stamppot boerenkool met rookworst en spekjes. Dat is toch oer-Hollands, zou je zeggen, maar dat is vooral de rookworst. Stamppot boerenkool is in meer landen geliefd. Zo eten de Duitsers een identiek gerecht, alleen met Bratwurst. "En in Ierland eten ze colcannon", vertelt Kleyn. "Dat is ook boerenkool." Vreugdenhil kent nog een andere regionale variant uit Catalonië: trinxat. "Trinxat is eigenlijk een opgebakken stamppot boerenkool, alleen eten zij het daar als voorgerecht." Zonder rookworst uiteraard.

Peen en uien bij elkaar eten: dat hebben Nederlanders niet bedacht.

Peen en uien bij elkaar eten: dat hebben Nederlanders niet bedacht.
Peen en uien bij elkaar eten: dat hebben Nederlanders niet bedacht.
Foto: Getty Images

Aardappel en wortel zijn goedkope ingrediënten

De hutspot zoals wij die kennen (met aardappel, ui en winterpeen) komt uit Leiden, de stad waar hutspot traditioneel verbonden is aan het Leids Ontzet. In 1824, ter ere van het 250-jarig jubileum van het Ontzet, besluit de stad gratis hutspot uit te delen. Dat recept is een groot succes en vanaf dat moment verspreidt het zich als een ware 'hutspothype' door de rest van Nederland.

Lokale variaties op het woord 'hutspot' vind je al vanaf de middeleeuwen in heel West-Europa, maar het is niet altijd duidelijk wat erin zat. Eén ding is zeker: aardappelen ontbraken, want die waren nog niet in Europa te vinden.

"Aardappel en wortel zijn goedkope ingrediënten. Het woord hutspot betekent gewoon iets dat bij elkaar is gegooid. Het is iets logisch om in je pan te maken", zegt Kleyn. Kijk maar naar Wales: daar bestaat een vrijwel identiek gerecht dat (hodge-)podge heet. In Zweden stampen ze hun hutspot het liefst fijn tot een moes die ze rotmos noemen.