De kaasplank als nagerecht wint aan populariteit, zeker met de kerstdagen. Het samenstellen ervan is echter zo eenvoudig nog niet. Want welke kazen kies je? En hoort de plank voor of na het zoete dessert? NU.nl vraagt het aan twee kaaskenners.

Dat de kaasplank geliefd is, merken Pascha Stalenhoef van Kazerij Stalenhoef in Utrecht en Marike van der Werff van Fromagerie Kef in Amsterdam in hun winkel. "Mensen houden steeds meer van uit eten gaan", zegt Stalenhoef. "En wat ze buiten de deur aantreffen, willen ze thuis ook. Daar hoort de kaasplank bij. Bij etentjes thuis en zeker met de feestdagen. Wij geven dagelijks klanten advies over welke kazen ze het beste kunnen nemen."

Welke en hoeveel kazen je kiest, is vanzelfsprekend afhankelijk van het gezelschap. Hoe groot is het gezelschap en zijn er bijvoorbeeld zwangeren of kinderen? Stalenhoef zelf geeft de voorkeur aan wat forsere stukken op de plank. "Ik hou liever wat over voor de volgende dagen dan dat iedereen elkaar aankijkt wie het laatste stukje gaat nemen."

Eet je met z'n vieren, dan vindt Stalenhoef vier stukken genoeg. Bij een groter gezelschap kun je meer kazen nemen. Van der Werff is van mening dat het aantal altijd oneven moet zijn. Drie, vijf of zeven. "Dat heeft niet alleen te maken met de opmaak van de plank, maar ook met de keuze uit verschillende kaasfamilies. Zodat je in structuur en smaak grote tegenstellingen hebt. Bijvoorbeeld een stuk uit de geitenfamilie, een witschimmel en een blauwader."

Kaas eten met de klok mee

Bij een kaasplank begin je bij voorkeur met de mildste kaas en eindig je met de pittigste. Stalenhoef: "Leg de kazen daarom op volgorde - met de klok mee - op de kaasplank. Wij slaan onze kazen op sterkte op de kassabon. Dan hebben mensen thuis een hulpmiddel hoe ze de kazen moeten neerleggen. Portioneren kan ook; voor iedere gast een eigen kaasplankje."

De ideale plank heeft uiteraard wat aankleding. Maar overdrijf het niet, zijn Stalenhoef en Van der Welff het eens. "Wat vijgen, een portstroop, een confituur of uiencompote. En wat ongebrande ongezouten hazelnoten of amandelen en neutrale crackers erbij", aldus Stalenhoef. "Het zoet is er eigenlijk alleen maar om de smaak te 'neutraliseren', voordat je de volgende kaas gaat proeven", vult Van der Werff aan.

En tot slot: hoort de kaasplank voor of na het zoete nagerecht? "Het kan allebei", vertelt Van der Werff. "Het is een cultureel iets. De Fransen eten hun kaas voor het zoete dessert. Dan is het niet meer dan een kleine gang met lichte kazen tussendoor. Als je het prettig vindt om lang na te tafelen, zou ik de plank pas na het zoete dessert op tafel zetten. Dat is de Britse manier. Met een lekkere port of dessertwijn erbij. Een lange, fijne avond gegarandeerd."

De favoriete kazen voor op de kaasplank (in juiste volgorde van sterkte) van Stalenhoef en Van der Werff

  • Grute grize: een frisse, rauwmelkse geitenkaas uit Friesland.
  • Witte van Köning: een romige, rauwmelkse witschimmelkaas uit Zevenaar.
  • Truffe Royal: een lopende (vloeibare) rauwmelkse Franse witschimmelkaas verrijkt met zwarte truffels.
  • Robiola Pineta: een smaakvolle lopende Italiaanse kaas met een (eetbare) gewassen korst en een dennentakje.
  • Retorta: een stevige rauwmelkse Spaanse schapenkaas die in zijn geheel op de kaasplank kan. Het kapje wordt van de bovenkant gesneden, waarna je de kaas kunt
    uitlepelen.
  • Beaufort: een zoetige, krachtige bergkaas uit de Franse Alpen.
  • Manchego con ajo negro: dankzij de zwarte knoflook loopt door de bekende Spaanse kaas een prachtige marmerstructuur.
  • Blaue Blume: een intense blauwe kaas uit Oostenrijk om de plank mee te eindigen.
  • Boeren Goudse oplegkaas (2,5 jaar gerijpt): een oude brokkelkaas met kristallen uit de Kagerplassen.
  • Eminence Grise: een prijswinnende blauwe geitenkaas uit Brabant die wordt afgerijpt in Frankrijk in kalkrijke grotten.