Wat maakt ons mens? Filosofen hebben vaak gezocht naar het antwoord op die vraag. Is het taal? Ratio? Cultuur? Volgens psycholoog Paul Bloom is het iets heel anders; namelijk onze liefde voor hete pepers. "De mens is namelijk de enige diersoort die daarvan houdt."

Wie vrijwillig hete pepers (en daarmee de stof capsaïcine) in zijn mond stopt, pijnigt zichzelf. Dit stofje houdt namelijk de pijnreceptoren in de mond voor de gek, zodat ze de sensatie dat je mond in brand staat aan het brein doorgeven.

Dat pittig eten desondanks zo populair is, komt volgens Bloom door de puur menselijke eigenschap dat wij kunnen genieten van gevoelens als pijn en angst. Het eten van pepers zou vergelijkbaar zijn met het kijken van horrorfilms, een ritje in de achtbaan en bungeejumpen. "Door ons geavanceerde denkvermogen kunnen we ervan genieten dat ons lichaam waarschuwingssignalen geeft waarvan we weten dat ze niet kloppen", duidt Bloom.

Topkok Freek van Noortwijk beaamt dit. "Er worden bepaalde pijn- en geluksreceptoren in je hersenen geactiveerd door het eten van pittig eten. Dat wordt heel goed uitgelegd in een episode van In Search of Perfection, een programma van topchef Heston Blumenthal."

"Hij kreeg een eredoctoraat van de universiteit van Reading voor zijn baanbrekende onderzoek naar smaak en voeding, waarbij hij onder andere een collega een hele hete chiliolie liet eten en vervolgens een MRI-scan van zijn hersenen liet maken. Hieruit bleek dat het deel van de hersenen dat warmte registreert zich vlak naast het deel van de hersenen bevindt waar we geluksgevoelens ervaren."

Hoe warmer, hoe heter

Behalve dat eten van pepers voor geluksgevoelens zorgt, zijn er ook fysieke gezondheidsvoordelen. Zo beschermt capsaïcine tegen schadelijke schimmels en bacteriën en doet het dat ook met voedsel waar het in zit.

Onderzoekers van de Cornell-universiteit doken dieper in deze theorie en stelden dat als pittig eten inderdaad populair werd wegens voedselveiligheid, dit vooral het geval moet zijn op plekken waar voedsel het snelst bederft. Oftewel, in warme klimaten. In het noorden was de noodzaak van pepers minder groot, doordat het voedsel daar door de kou al aardig geconserveerd bleef.

En inderdaad: hoe warmer het land is, hoe meer specerijen er worden gebruikt. Er worden trouwens wel meer heilzame eigenschappen aan pittig voedsel toegeschreven. Zo zijn er aanwijzingen dat capsaïcine de kans op maagkanker vermindert, spoort het de vetverbranding aan en helpt het dagelijks eten van pepers volgens de European Association for the Study of the Liver leverschade herstellen.

En uit Italiaans onderzoek, gepubliceerd in de Journal of the American College of Cardiology, bleek dat proefpersonen die meer dan vier keer per week pittig aten 40 procent minder kans op een hartaanval hadden - vergelijkbaar met het effect van het mediterrane dieet.

Schaal van Scoville meet sterkte van pepers

Wie wil weten wanneer eten té pikant is, moet naar de schaal van Scoville kijken. Dit meetsysteem werd in 1912 ontwikkeld door farmacoloog Wilbur Scoville om de 'sterkte' van chilipepers te bepalen.

Scoville verdunde een hoeveelheid van een bepaalde peper met een hoeveelheid suikerwater, tot een testpanel de heetheid van de peper niet meer proefde. De uitkomst daarvan werd in Scoville Heat Units uitgedrukt, afgekort SHU, en is dus niets meer of minder dan het aantal keren dat de peper met suikerwater verdund moet worden voordat je de heetheid niet meer proeft.

De pikantste peper ter wereld is Pepper X, met een waarde van 3,18 miljoen Scoville-eenheden. Ter vergelijking: de chilipeper in het bamipakket van de supermarkt komt tot ongeveer 20.000.