Het kán, vlees maken zonder dat er een kip of varken hoeft te sterven. Toch is kweekvlees, zoals het wordt genoemd, nog lang geen doorsneeproduct. Dit zijn de hobbels op de weg en sommige zijn heel hoog.

In Singapore kun je het in een restaurant al eten: kip waarvoor geen dier is geslacht. Voor zo'n 23 Singaporese dollar (ongeveer 14,50 euro) krijg je een bordje met vlees dat uit het laboratorium komt. Kweekvlees, zoals het wordt genoemd, is nog allerminst ingeburgerd.

"Kweekvlees is nog best ver weg", concludeert Nadia Menkveld, na onderzoek dat zij vrijdag met collega-econoom Rob Morren van ABN AMRO publiceert. Daarin wilden zij de stand van zaken op het gebied van vlees uit het lab beschrijven. "Wij wilden graag weten welke obstakels er zijn voor dit nieuwe product."

De kosten van grondstoffen moeten omlaag

Hindernissen zijn er volop. Zo is kweekvlees nog niet goedgekeurd door de Europese autoriteiten. Europese Food Safety Authority en de Nederlandse NVWA moeten hun goedkeuring er nog aan verlenen. Wat ook niet helpt, is dat kweekvlees nog erg duur is. Het Delftse onderzoeksbureau CE berekende scenario's voor dit nieuwe voedingsmiddel. De conclusie was dat de kosten van kweekvlees pas in het jaar 2030 in de buurt van vlees kunnen komen. De kosten van grondstoffen moeten dan naar beneden, net als de energiekosten. Ook zijn grotere bioreactoren nodig. Er zijn grote investeringen nodig om te versnellen, maar dit gebeurt ook. Zo kreeg het Delftse Meatable in maart nog een investering van 47 miljoen euro.

Het grootste obstakel is echter nog: de consument. "De vraag is hoe je de consument mee krijgt", aldus Menkveld. "Het is een product dat we nog niet kennen. Veel mensen willen het best proberen. Zo'n 40 procent van de respondenten die we hebben ondervraagd over dit onderwerp zou het best willen proberen. Maar we horen ook dat mensen er laboratoriumassociaties bij hebben, het zien als iets chemisch of zich afvragen of het wel veilig is."

“De doorgewinterde vegetariër heeft geen behoefte om dieren te eten, ook al is het dier er niet voor geslacht.”
Isabel Boerdam, initiatiefnemer Nationale Week zonder Vlees

Niet alleen de smaak en de prijs spelen een rol, maar eerst moet iemand er open voor staan om het 'vlees' te eten. "Het is misschien vergelijkbaar met insecten. Mensen moeten zich vaak ergens overheen zetten." In de jaren negentig waren de eerste vleesvervangers geen succes, aldus Menkveld. "Een fabrikant kwam met sojastukjes met baconsmaak. Later kwamen bedrijven als Vivera en Schouten die vleesvervangers gingen maken. Nu zijn er grote innovaties, mede door bedrijven, zoals Beyond Meat."

En toch: de tijd is ernaar. Volgens de Verenigde Naties stevenen we met onze planeet af op negen miljard monden die voeding nodig hebben over dertig jaar. "Er is wel momentum", zegt Menkveld. "Er wordt veel geschreven over de impact van vlees."

Vooral voor vleeseter en flexitariër

De vraag is dan: voor wie? Niet voor mensen die nu alleen plantaardig eten, want voor de productie zijn nu nog cellen van dieren nodig. En voor vegetariërs ook niet, zegt Isabel Boerdam, bekend van het blog De Hippe Vegetariër en initiatiefnemer van de Nationale Week zonder Vlees die vorige maand voor de vierde keer werd gehouden. "De doorgewinterde vegetariër heeft geen behoefte om dieren te eten, ook al is het dier er niet voor geslacht."

Boerdam verwacht dat kweekvlees weinig in trek zal zijn in de vegawereld. "Voor het inperken van de CO2-uitstoot en het landgebruik is kweekvlees natuurlijk een hele interessante optie, al ben ik persoonlijk enorm benieuwd wanneer dit schaalbaar (en betaalbaar) genoeg gaat zijn om voor een grote doelgroep in aanmerking te komen. Wat mij betreft is het bovenal een oplossing voor de flexitariër en vleeseter."