Waar bewaar jij je gember? In de koelkast of erbuiten? Grootgebruikers Milou van der Will en Maureen Tan vertellen hoe zij zo lang mogelijk gebruik maken van hun gemberwortels.

Eigenlijk moet je gember in de koelkast bewaren, weet kookboekenauteur Van der Will. Toch liggen haar eigen stronken op het aanrecht. "Er gaat hier zoveel gember doorheen dat ik het niet in de koelkast bewaar."

In haar boek Vegan East staan plantaardige versies van bekende Aziatische gerechten en daarvoor gebruikt ze veel gember. "Voor gemberthee of als je kleine stukjes per keer nodig hebt, dan is het handig om die in dunne schijfjes in te vriezen. Dan kun je er elke keer een paar uit halen."

Let wel op wélke gember je koopt, waarschuwt Van der Will. "Ik ga meestal naar de groenteman, want die is voor mij het dichtstbij. Die heeft biologische. Zorg dat je geen verschrompelde gember koopt, die ligt al wat langer. Hoewel je die heus nog wel kunt gebruiken voor dezelfde avond of voor de volgende dag." Haal er dan in elk geval het velletje af, adviseert de culinair auteur die haar recepten deelt via haar site The Green Chopstick.

Liever niet schillen

Schillen doet Maureen Tan, van wie vorig jaar De bijbel van de Indonesische keuken verscheen, juist liever niet. "In Bali heb ik geleerd om gember niet te schillen, zeker niet als ik hem wil bewaren", vertelt zij. Net als Van der Will raadt ze aan geen verdroogde stronkjes te kopen. "Zoek naar de gember met de strakste, gladste schil." Gember schillen is volgens Tan zonde, omdat juist vlak onder de schil de stof zingibain zit. Die zou helpen bij de spijsvertering en helpen eiwitten te verbranden. "Als je een lichtblauwe rand ziet, dan is dat juist goed, dat is de werkzame stof."

“Handig voor gemberthee: een ijsblokje gember is zo gesmolten in heet water.”
Maureen Tan, culinair auteur

De bewaartip van Tan: doe de gember na thuiskomst in een zakje en pers er zo veel mogelijk lucht uit. "Je drukt, zipt of knoopt het zakje dicht en stopt het in de groentelade van je koelkast. Dan blijft de gember wel een tijd goed." Tan blijft soms zitten met grote stronken. "Die gebruik ik voor de thee."

Heeft ze dan nog over, dan raspt ze de gember heel fijn. "Een microplane is het fijnst, dan komt ook het sap eruit. Juist door het kneuzen komt de smaak vrij." De sap en pulp lepelt Tan in een ijsblokjesvorm. "Dan maak ik het oppervlak glad, doe de vorm in een diepvrieszak en duw alle lucht eruit. Heel handig voor als je kleine hoeveelheid gember nodig hebt in een gerecht. Ook handig voor gemberthee: een ijsblokje gember is zo gesmolten in heet water."

Zelf gember kweken

Als je heel jonge gember treft, heb je geluk, zegt Tan. "Die kun je zo opeten, net als je dat bij laos kunt doen." Goed om te weten: "Je kunt gember zelf ook kweken. Dan moet je zorgen dat je een gave wortel vindt. Als je wit-groene uitlopers ziet, dan kun je de wortel in een schaaltje water zetten. Het gaat langzaam, maar als hij gaat spruiten, oftewel wortel schiet, kun je hem in een dun laagje losse potgrond zetten. Wel tot medio mei binnenhouden, daarna kan hij naar buiten."

De plant is niet zo fraai, vindt Tan, maar in het najaar heb je nieuwe klompjes gember. "Die smaken weergaloos. Geweldig vers en de beste smaak die je kunt krijgen."

Thee met verse gember.

Thee met verse gember.
Thee met verse gember.
Foto: Shutterstock

Wedang jahe (Indonesische gemberthee)

Gemberthee wordt in Indonesië vooral gedronken als je buikpijn hebt, verkouden bent, griep hebt of als je misselijk bent.

Dit heb je nodig:

  • 15 centimeter verse gember
  • 2 stengels citroengras, gekneusd
  • 50 gram palmsuiker
  • 1 liter water

Zo maak je het:

  1. Rasp de ongeschilde gember fijn en vang ook het sap op.
  2. Zet een pan op zacht vuur, giet daar het water in en voeg de geraspte gember met het sap, de stengels citroengras en de palmsuiker toe.
  3. Breng dit aan de kook, draai dan het vuur zacht en laat nog 15 minuten trekken.
  4. Zet het vuur uit en zeef de thee. Knijp de pulp goed uit en serveer.
  5. Breng desgewenst op smaak met honing.

Het recept komt uit De bijbel van de Indonesische keuken van Maureen Tan.