De een drinkt zijn bier of wijn het liefst ijskoud, de ander juist op kamertemperatuur. Toch heeft de temperatuur van je drankje meer invloed op de smaak dan je misschien zou denken. Een bier- en een wijnkenner leggen uit hoe dat zit.

Bij zijn trainingen schenkt biersommelier Ivo Thijssen bier op kamertemperatuur. "Dan komen alle smaken, ingrediënten en aroma's het meeste binnen. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het op die temperatuur het lekkerst is."

Wat iemand het lekkerst vindt, verschilt enorm. Feit is wel: hoe kouder het drinken, hoe minder je proeft. "Vaak is temperatuur ook een onderdeel van de beleving. Veel mensen genieten - zeker op een warme dag - van de verfrissing van koud bier", vertelt Thijssen. "En in de herfst werkt een wat minder koud bier juist verwarmend."

Alcoholpercentage als serveertemperatuur

Een goede regel is volgens Thijssen om het alcoholpercentage van het bier aan te houden als ideale serveertemperatuur. "Pilseners en lagers komen het beste tot hun recht als ze wat kouder worden gedronken, speciaalbier als ze wat minder koud worden gedronken."

De ideale serveertemperatuur van bier:

  • Pilsener: 4 tot 6 graden
  • Witbier: 4 tot 6 graden
  • Blond: 5 tot 7 graden
  • Weizen: 5 tot 7 graden
  • Dubbel: 6 tot 8 graden
  • Tripel: 6 tot 8 graden
  • IPA: 6 tot 8 graden

Maar hoe doe je dat dan thuis als de koelkast 4 graden is? "Haal je bokbier bijvoorbeeld een half uur voordat je hem gaat drinken uit de koelkast. En denk vooruit. Haal je volgende er ook op tijd uit." Verder heeft Thijssen zijn bier bovenin de koelkast liggen, daar is het iets minder koud.

Spelen met de temperatuur van wijn

Temperatuur beïnvloedt ook de geur en smaak van wijn: hoe kouder, hoe minder smaak. "Aroma's, zuur, zoet en alcohol komen meer in balans wanneer een wijn op de juiste temperatuur wordt geserveerd", legt registervinoloog Angélique Chamboné uit.

Bij een te koude wijn ruik je minder aroma’s en proef je vooral de zuren en het fruit wat minder. Bij rode wijn kunnen de tannines, het looizuur van de schilletjes en pitten, zich verharden. Dit geeft meer bitters in de wijn.

Een te warme wijn verliest eveneens zijn fruitigheid, waardoor de alcohol sterker naar boven komt. De wijn wordt wat logger en zwaarder. Volgens Chamboné kun je wijn beter iets te koud dan iets te warm serveren, de wijn warmt tenslotte snel weer op in het glas.

De ideale serveertemperatuur van wijn (met voorbeelden):

  • Halfdroge frisse witte wijn (Colombard, Verdejo): 7 tot 9 graden
  • Droge frisse witte wijn (Sauvignon Blanc, Grüner Veltliner, Pinot Grigio): 8 tot 10 graden
  • Droge volle witte wijn (Chardonnay, Chenin Blanc): 10 tot 12 graden
  • Zoete witte wijn (Moscato d’Asti, Sauternes): 10 tot 12 graden
  • Mousserende wijn (Champagne, Cava, MCC, Prosecco): 8 tot 10 graden
  • Rosé: 8 tot 10 graden
  • Lichte frisse rode wijn (Beaujolais, Pinot Noir, Cinsault): 14 tot 16 graden
  • Volle stevige rode wijn (Tempranillo, Shiraz, Cabernet Sauvignon): 16 tot 18 graden
  • Zoete rode wijn, (Port, Banyuls): 12 tot 14 graden

Je kan heel makkelijk met de temperatuur spelen, aldus de registervinoloog. "Als je een wijn te zoet vindt, kun je hem een kwartiertje koud zetten. Dan komt deze veel frisser en minder zoet over. En een fruitigere rode wijn smaakt nog fruitiger door hem iets kouder te serveren."

Dat een paar graden al een enorm verschil maakt, kun je volgens Chamboné zelf eenvoudig uittesten door een rode wijn een paar graden te koelen en beginnen te drinken bij het voorgerecht. "Langzaam stijgt de temperatuur en kun je ervaren hoe ook de smaak verandert als je bij het hoofdgerecht bent aanbeland."