De landelijke campagne Support Your Locals ondersteunde toeleveranciers die door de horecasluiting dit voorjaar hun omzet zagen dalen of zelfs wegvallen. Het samenstellen van voedsel- en maaltijdboxen voor de lokale markt hielp ondernemers de moeilijkste weken door te komen. De horeca is weer open, maar de voordelen van de campagne blijven voelbaar.

Samuel Levie, eigenaar van worstenmerk Brandt & Levie, gunde zichzelf na de abrupte sluiting van cafés en restaurants niet de tijd om bij de pakken neer te zitten. Binnen 48 uur stelde hij met een groep Amsterdamse ondernemers een lokale voedselbox samen.

Als medeoprichter van campagnebureau Food Cabinet zag hij de potentie van deze aanpak en samen met de landelijke Taskforce Korte Keten (TKK) werd de campagne Support Your Locals gelanceerd. Bestaande en nieuwe lokale voedselinitiatieven uit het hele land kregen een platform, onder meer via een website waarop klanten hen gemakkelijker kunnen vinden.

Inspiratiebox met seizoensproducten

"In zes weken tijd hebben we in Flevoland twaalfhonderd Flevourboxen verkocht met aanbod van producenten die wel wat steun konden gebruiken", vertelt Eva Flantua. "Daar waren we zelf eigenlijk wel van onder de indruk, want we begonnen vanaf nul. Toevallig staan we vandaag net de eerste boxen in te pakken volgens een nieuwe formule: een maandelijks wisselende inspiratiebox met seizoensproducten uit onze eigen regio. Dat is echt een spin-off van Support Your Locals."

“Doorgaans houden ondernemers elkaar van een afstandje in de gaten; nu hebben we elkaar actief opgezocht.”
Emile Corre, fruitslager

Ook Emile Corre, fruitslager (oftewel siroopproducent) bij De Roze Bunker en mede-initiatiefnemer van Locals Utrecht ziet dat er lokale dwarsverbanden zijn ontstaan die anders niet zomaar van de grond zouden zijn gekomen.

"Doorgaans houden ondernemers elkaar van een afstandje in de gaten; nu hebben we elkaar actief opgezocht." In één nacht wist hij met drie anderen een eerste maaltijdbox samen te stellen, met aanvankelijk eens per week en later tweewekelijks producten van een wisselende groep lokale 'makers'. In totaal verkocht Locals Utrecht zo'n vierduizend boxen.

Nieuwe samenwerkingen krijgen doorstart

Een terugkerend patroon: de aanvankelijke energie waarmee initiatieven opstartten in het begin van de coronacrisis, lekte wat weg toen kroegen en restaurants de deuren weer mochten openen en de ondernemers hun reguliere leveranties weer konden hervatten. Maar veel nieuwe samenwerkingen krijgen een vervolg of een doorstart. Zo zijn ook de maaltijdboxen van Locals Utrecht vanaf volgende week weer verkrijgbaar.

Bart Kraaijvanger van TKK is blij. "Waar we al tien jaar knokken voor het belang van korte voedselketens, zien we nu ineens dat er van alles is losgekomen."

“De gemiddelde boer in de lange keten houdt nu geen redelijke prijs over: hij mag blij zijn als hij een derde van de uiteindelijke verkoopprijs ontvangt.”
Bart Kraaijvanger, Taskforce Korte Keten

Eten kopen dat in je eigen omgeving is geproduceerd, heeft belangrijke voordelen: het maakt minder kwetsbaar voor de logistieke gevolgen van bijvoorbeeld een pandemie, je maakt minder voedselkilometers, producenten ontvangen een eerlijkere prijs én je weet beter wat er op je bord ligt.

Harde cijfers over de milieu-impact van een gemiddelde maaltijd zijn lastig te vinden, maar ga maar na: voor een bordje rijst (uit Thailand, 9.000 kilometer verderop) met Hollandse garnalen, die nog altijd voor het overgrote deel in Marokko gepeld worden (2.500 kilometer heen én terug) en kokos uit Suriname (7.500 kilometer), wordt ruim 20.000 kilometer afgelegd.

Minder stappen, meer winst

Een 'korte keten' kent - het woord zegt het al - minder schakels. Een ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het verpakken, promoten en verkopen van zijn product, maar heeft uiteindelijk een aanzienlijk hogere bruto winstmarge.

Kraaijvanger: "De gemiddelde boer in de lange keten houdt nu geen redelijke prijs over: hij mag blij zijn als hij een derde van de uiteindelijke verkoopprijs ontvangt. En dan verlangen we van producenten ook nog dat ze investeren in duurzaamheid."

Op dit moment wordt maar zo'n 3 tot 5 procent van het totale voedselaanbod in Nederland lokaal geproduceerd, schat de TKK. Kraaijvanger: "In 2030 zou dat 20 procent moeten kunnen zijn. Geweldig dat daar de afgelopen maanden zo'n versnelling in is gekomen."