Sommige recepten zijn al járen oud en smaken misschien juist door de nostalgie zo goed. NU.nl vraagt gewone mensen naar bijzondere recepten uit hun familie. Deze week vertellen Tim (35) en Erik (37) uit Rotterdam over de Indische saté van de vader van Erik.

"Indische saté is misschien wel één van de bekendste gerechten uit de Indische keuken", zeggen de mannen. Zij hebben samen de blog SmaakMenutie, waarop ze "een arsenaal" aan gerechten delen. Een van de populairste daarvan is de Indische saté van de vader van Erik.

'Door een mix van kip en varken wordt het malser'

Het bijzondere aan deze saté is volgens de mannen dat het een mix is van ajam (kip) en babi (varken). Eriks vader combineert beide soorten vlees op één stokje, waardoor het extra mals wordt. Ieder stokje is exact even groot met precies hetzelfde aantal stukjes kip. Dat zorgt ervoor dat alles even gaar wordt.

De marinade is volgens hen het grote geheim achter een goede Indische saté. Die van Eriks vader is volgens hen 'perfect'. "Hoe langer je het vlees hierin laat marineren, hoe lekkerder het wordt."

Niet tornen aan een toprecept

Het enige wat ze aan het recept hebben aangepast, is dat ze een scheutje limoensap toevoegen. "Niet tornen aan een toprecept, zou ik zeggen."

De vader van Erik maakte het recept vroeger vaak buiten op de barbecue als het lekker weer was of anders op de grill. De mannen hebben de Indische saté nu ook vaak op de barbecue liggen en maken het geregeld als ze worden uitgenodigd bij vrienden en familie. "Subtiel wordt er dan gevraagd of wij de saté kunnen verzorgen."

Ingrediënten

  • 350 gr hamlappen
  • 350 gr kipfilet
  • 1 ui
  • 2 tenen knoflook
  • 1 tl ketoembar (korianderzaad)
  • 1 tl djahé (gember)
  • 1 tl laos
  • 1/2 tl djintan (komijnzaad)
  • 1 tl gula djawa of 1 tl (bruine) suiker
  • 1 tl sambal
  • 4 el ketjap manis
  • Sap van een halve citroen of limoen

Bereidingswijze

  • 1. Snijd de knoflook en ui in grove stukjes en meng in een kommetje samen met 4 el ketjap, 1 tl ketoembar, 1 tl djahé, 1/2 tl djintan (komijnzaad), 1 tl laos, sap van een halve citroen, 1 tl gula djawa (of 1 tl suiker) en 1 tl sambal. Meng goed door elkaar zodat een mooie marinade ontstaat.
  • 2. Meng de blokjes kipfilet en hamlap door de marinade. Zet nu minimaal 1 uur in de koelkast zodat alles goed kan intrekken. Leg ondertussen de satéprikkers in koud water.
  • 3. Na het intrekken verwijder je de grove stukjes ui en knoflook. Rijg aan elk stokje om en om een stukje kipfilet en een stukje hamlap. Ongeveer 4 à 5 stukjes per stokje.
  • 4. Het allerlekkerst is het om de stokjes te roosteren op de barbecue of grill. Maar het gaat ook prima in de oven. Let er dan wel op dat je dan even checkt of je ook een grillfunctie hebt, dat levert het beste resultaat op. Het is een beetje afhankelijk van de kracht van je oven. Maar in principe is na 10 minuten het vlees gaar. Dus gewoon even testen! Als je het te lang in de oven doet wordt het vlees te droog en dat zou zonde zijn!