De Nederlandse eetcultuur zal moeten veranderen om de voedselketen echt duurzamer te maken, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het planbureau bracht dinsdag een rapport uit waarin duidelijk wordt hoe de overheid, bedrijven en consumenten voor een duurzamer voedselsysteem kunnen zorgen.

Het PBL schrijft in het rapport dat consumenten hun "alledaagse gewoontes" moeten veranderen. "Zoals wat voor boodschappen ze doen, wat en hoe ze koken en naar welk restaurant ze gaan."

Door duurzamer voedsel te produceren, kan de landvoetafdruk (het aantal hectare dat je als mens gebruikt) en de broeikasgasvoetafdruk (de hoeveelheid broeikasgassen die je als mens uitstoot) met een derde afnemen. In totaal is de Nederlandse voedselconsumptie verantwoordelijk voor 40 procent van de landvoetafdruk en 13 procent van de broeikasgasvoetafdruk van Nederland.

Die kleinere voetafdruk komt tot stand door minder vlees en zuivel te eten en minder voedsel te verspillen. Daarnaast wordt de efficiëntie van de opbrengsten van gewassen en dieren verhoogd.

Belangrijke rol weggelegd voor bedrijven

Om die keuzes in het eetpatroon van consumenten te veranderen, is er volgens het rapport een belangrijke rol weggelegd voor bedrijven. "Het veranderen van dit soort routines lijkt een individuele keuze, maar dat is slechts ten dele het geval." Die eetgewoonten worden grotendeels beïnvloed door culturele gewoonten en welk voedsel als normaal wordt gezien.

"Nederlanders eten aardappelen, groenten en vlees, maar bijvoorbeeld geen insecten", schetst het planbureau. Daarnaast staat in het rapport dat die eetgewoonten ook worden beïnvloed door "aangeleerde voedselvaardigheden" en de "fysieke voedselomgeving, zoals het aanbod van voedsel op stations".

In de Nederlandse cultuur zijn we niet gewend om insecten, zoals meelworm, te eten. (Foto: ANP)

Is vlees noodzakelijk voor een volwaardige maaltijd?

De kans dat consumenten hun eetgewoonten duurzamer maken, is het grootst als de "voedselomgeving, de voedselvaardigheden en de culturele betekenissen van voedsel" worden aangepast.

Het planbureau stelt een aantal vragen die als voorbeeld kunnen dienen voor zaken die kunnen worden aangepast. "Waar liggen in de supermarkt de duurzame producten en tegen welke prijs? Hoeveel duurzame recepten kunnen consumenten zelf koken? En wordt vlees bijvoorbeeld beschouwd als een noodzakelijk onderdeel van een volwaardige maaltijd?"

Ook de overheid kan grotere bijdrage leveren

Naast consumenten en bedrijven kunnen ook overheden een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de voedselketen. Dat gebeurt volgens het PBL al, "maar dat beleid kan geïntensiveerd worden".

Dat kan door consumenten bewust te maken van voedselverspilling, het ondersteunen van bedrijven die duurzame producten maken en het geven van voedselonderwijs.

De overheid kan ook invloed uitoefenen op de voedselomgeving. "Bijvoorbeeld het verbieden van de verkoop van bepaalde voedselproducten nabij scholen", staat in het rapport.