De levenskwaliteit van vleeskippen is er in de afgelopen jaren op vooruitgegaan. Dat concludeert de Universiteit Wageningen (WUR) na onderzoek in opdracht van stichting Wakker Dier. Vleeskippen hebben meer ruimte, meer nachtrust, minder last van voetzweren en zijn minder gefrustreerd.

De aanduiding 'plofkip' is steeds minder vaak van toepassing. Ruim 30 procent van de Nederlandse pluimveebedrijven is sinds 2011 overgestapt op een ander, langzamer groeiend kippenras. Nederlandse supermarkten zijn al overgestapt op deze zogeheten 'tussenkip'.

De langzaam groeiende rassen leven langer dan de plofkip: ze leven 47 tot 49 dagen, terwijl een plofkip ongeveer 42 dagen leeft. Daarbij heeft dit tussenras iets meer bewegingsruimte en ervaart minder korte donkerperiodes in de stallen.

De plofkippen die in Nederland worden gefokt, zijn niet voor Nederlandse consumenten bedoeld. Deze gaan volgens Wakker Dier allemaal naar het buitenland. 

Voetzweren blijven het grootste probleem

De problemen in de leefomstandigheden van de vleeskippen die in onderzoek uit 2011 werden vastgesteld, spelen nog steeds, maar zijn sterk afgenomen. Onder deze problemen vallen voetzweren, frustratie door verveling, gebrek aan bewegingsruimte en te korte periodes waarin de stal ’s nachts donker is.

Volgens Wakker Dier blijven de voetproblemen van de kippen het grootste probleem. Voetzweren veroorzaken veel pijn bij de vleeskippen. De voetzweren ontstaan door het staan in uitwerpselen en de constant natte vloer.

Het aantal voetzweren is wel flink afgenomen: in 2011 had nog ruim 50 procent van de vleeskippen last van voetzweren, in 2018 is dat gedaald naar ruim 15 procent van de kippen (zo'n vijftig miljoen dieren).

Het laatste onderzoek naar de leefomstandigheden van vleeskippen werd zeven jaar geleden verricht.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!