Het zoutgehalte van levensmiddelen, die zijn onderzocht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, is de afgelopen zes jaar met 11 procent afgenomen.  

Dat blijkt uit onderzoek naar de samenstelling van levensmiddelen in Nederland, dat vrijdag door de NVWA is gepubliceerd.

Sinds 2011 zijn in het kader van de jaarlijkse zoutmonitoring elk jaar 404 vergelijkbare levensmiddelen onderzocht. Vooral de productgroepen brood, conserven, kaas, kant-en-klaarmaaltijden, soep en vleeswaren hebben bijgedragen aan de daling van het zoutgehalte. 

Alleen in de sauzen is geen vermindering van de hoeveelheid zout waargenomen, maar juist een toename van 8 procent. 

Maximum-normen

Voor veel productgroepen zijn maximum-normen voor zout afgesproken, die zijn vastgelegd in het Akkoord verbetering productsamenstelling. Uit het onderzoek blijkt dat 83 procent van de groenteconserven en 86 procent van de soep- en bouillon-producten aan deze normen voldoet. Vleesconserven overtreden met 59 procent vaker de normen. 

In het Akkoord verbetering productsamenstelling zijn deze normen in 2014 vastgelegd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in samenwerking met brancheorganisaties van de voedingsmiddelenindustrie, retail, horeca en catering. Dit moet eraan bijdragen dat consumenten in 2020 gemakkelijker een dagelijks maximum van 6 gram zout binnenkrijgen.