De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bekijkt of er ook in kippenvlees fipronil zit. Alleen bedrijven die zowel leghennen als vleeskippen houden, worden daarvoor gecontroleerd. 

Dat meldt een woordvoerder van de NVWA dinsdag na berichtgeving van het AD.

Pluimveebedrijven waar fipronil is aangetroffen in de eieren, zijn nu geblokkeerd. De eveneens aanwezige vleeskuikens op zo'n bedrijf mogen alleen na toestemming van de NVWA worden verhandeld. De NVWA geeft zo´n bedrijf pas vrij als na proefslachtingen van kippen zeker is dat het bestrijdingsmiddel fipronil niet in het vlees zit.

Eric Hubers, voorzitter van de vakgroep pluimveesector van LTO, wijst erop dat het maar om een paar bedrijven gaat. ''Het zijn er echt heel weinig. Het aantal bedrijven dat leghennen en vleeskuikens houdt, is op maximaal twee handen te tellen. De meeste bedrijven kiezen voor het een of voor het ander.''

Hubers vindt deze actie van de NVWA niet nodig. ''Deze pluimveebedrijven hebben zaken gedaan met het bedrijf ChickFriend dat stallen reinigde met een middel waar het verboden middel fipronil in bleek te zitten. Maar de verschillende bedrijfsonderdelen liggen soms wel kilometers van elkaar vandaan.''

En: ''We weten dat vleeskuikens geen problemen hebben met bloedluis. Legkippen wel. Die blijven twee jaar in een stal en dan kan de bloedluis zich ontwikkelen.''

Ook volgens de NVWA hebben bedrijven met vleeskippen doorgaans geen last van bloedluis. De kippen leven hooguit zes weken en worden dan geslacht. Daarna wordt de stal schoongemaakt waardoor de mijt niet de tijd krijgt zich te nestelen.