Bioscoop Tuschinski in Amsterdam heeft het predicaat koninklijk gekregen. De bioscoop vierde donderdagavond de honderdste verjaardag. Burgemeester Femke Halsema en commissaris van de Koning Arthur van Dijk maakten op dat feest bekend dat koning Willem-Alexander de bioscoop de koninklijke status heeft verleend.

Het pand heet nu Koninklijk Theater Tuschinski. "De stad kreeg honderd jaar geleden een van de mooiste cadeaus ooit, van de Rotterdammer Abraham Tuschinski", aldus Halsema. "Hij had de ambitie om het mooiste en grootste theater van Amsterdam neer te zetten om 'een droomfabriek te creëren'."

"Het bleef niet bij woorden", vervolgde Halsema. "Generaties van Amsterdammers komen naar Theater Tuschinski om kennis te maken met de magie van film. Maar velen zijn al betoverd voordat zij hun plaats hebben ingenomen."

Directeur Jacques Hoendervangers van bioscoopketen Pathé, dat het pand al een kwart eeuw beheert, is "enorm trots" op de koninklijke status. Hij noemt het predicaat "een fantastische bekroning op het werk van oprichter Abraham Tuschinski en op de decennialange inzet van alle medewerkers om het gedachtegoed van Tuschinski te waarborgen".

Bij de toekenning waren drie nazaten aanwezig van Hermann Gerschtanowitz, een van drie oprichters van het theater. Zijn kleinzoons Max en Ronnie en zijn achterkleinzoon Winston waren aanwezig. Gerschtanowitz en de medeoprichters Tuschinski en Herman Ehrlich werden in de oorlog naar Duitsland gedeporteerd. Daar werden ze vermoord.