Johan van Gogh, de vader van de vermoorde filmmaker Theo van Gogh, is donderdag op 96-jarige leeftijd overleden. Zijn familie heeft dat zaterdag bekendgemaakt in een overlijdensadvertentie in het NRC.

Van Gogh en zijn vrouw Anneke deden na de dood van hun zoon harde uitspraken over de achtergrond van de moord. Ze vonden dat de moord voorkomen had kunnen worden als de veiligheidsdienst AIVD zijn werk beter had gedaan.

Volgens hen werd hun zoon door Mohammed B. gedood omdat hij uitdrager van het vrije woord was. De cineast, die samen met Ayaan Hirsi Ali verantwoordelijk was voor de islamkritische film Submission, werd in 2004 doodgestoken in Amsterdam.

Johan van Gogh was een achterkleinzoon van de broer van Vincent van Gogh. Hij maakte deel uit van een familiestichting die in 1962 het familiebezit van honderden schilderijen, tekeningen en brieven van de wereldberoemde schilder aan de staat verkocht.

Een voorwaarde daarbij was dat de collectie in een museum zou worden ondergebracht, waarna in 1973 het Van Gogh Museum in Amsterdam opende. Het museum aan het Museumplein trekt jaarlijks miljoenen bezoekers.