Het kabinet springt toch nog een keer bij om de teruglopende reclame-inkomsten van de NPO te compenseren. De publieke omroep krijgt volgend jaar 40 miljoen euro extra, bevestigt minister Arie Slob (Media) vrijdag.

De Tweede Kamer, onder leiding van coalitiepartijen D66, CDA en ChristenUnie, had op de hulp aangedrongen. Voorwaarde was wel dat de NPO met een goed plan zou komen om de problemen op te lossen. Dat plan ligt er inmiddels en voldoet aan alle voorwaarden, schrijft Slob aan de Tweede Kamer.

Uit het plan blijkt dat, om de tegenvallende reclame-inkomsten te compenseren, de programmering van de publieke omroep zo veel mogelijk wordt ontzien en dat het budget voor journalistieke producties toeneemt. 

Volgens het AD staat in het plan van aanpak dat er extra wordt geïnvesteerd in talentontwikkeling, innovatie (het ondemandplatform NPO Start), Nederlandse series, documentaires en journalistieke programma's. Hoewel het programma Brandpunt+ stopt op televisie, mogen omroepen wel nieuwe voorstellen indienen.

Zendtijd Andere Tijden gehalveerd, EenVandaag verhuist mogelijk 

Ook hebben de NPO en de omroepen een aantal maatregelen voorgesteld die de Algemene Mediareserve (AMr), die inmiddels is opgeraakt, moeten helpen herstellen.

In het genre geschiedenis wordt de zendtijd van Andere Tijden gehalveerd tot zeventien afleveringen. Er worden wel specials rondom het programma gemaakt.

De wens om EenVandaag te verplaatsen naar NPO 2 zodat er op NPO 1 ruimte komt voor een nieuwe, dagelijkse dramaserie, bestaat nog steeds. Volgens de NPO gebeurt dit "niet op korte termijn".

Op 3 december zal er in de Tweede Kamer worden gedebatteerd over de mediabegroting. Als de Kamer geen akkoord geeft, zullen de bezuinigingen alsnog moeten worden doorgevoerd.

De NPO zit in geldnood doordat er steeds minder wordt verdiend aan de verkoop van reclamezendtijd. De afgelopen jaren dichtte het kabinet het gat met geld uit een reservepotje, maar dat is inmiddels leeg. De NPO heeft een aantal maatregelen voorgesteld om dat potje weer te vullen, schrijft Slob.