Koningin Máxima droeg dinsdagavond bij het staatsbanket in Buckingham Palace de druppelvormige roosdiamant die bekendstaat als de 'Stuart'. De diamant werd in 1972 door koningin Juliana gedragen bij haar staatsbezoek aan koningin Elizabeth.

De diamant kwam in 1690, vlak na de kroning van koning-stadhouder Willem III en koningin Mary II, in bezit van de familie als ruwe steen. Mary liet deze in peerroosslijpsel met 22 facetten slijpen volgens het model van de Amsterdamse roos.

Via vererving kwam de kostbare steen naar het stadhouderlijk hof in Den Haag. Alleen tijdens de ballingschap van stadhouder Willem V en zijn echtgenote Wilhelmina van Pruisen was de diamant voor korte tijd weer in Engeland geweest.

Koningin-regentes Emma liet in 1879 bij J.M. Kempen en Zoonen een collier maken, waarin de Stuart als hanger gedragen kon worden. In aanloop naar de inhuldiging van Wilhelmina gaf Emma juwelier Schürmann in Frankfurt opdracht een diadeem te vervaardigen met als middelpunt de Stuart-diamant. De steen is bijna 40 karaat.