De comeback van ABBA heeft volgens Benny Andersson niets met bewijsdrang te maken.

"Ik heb niet het gevoel dat we nog iets moeten bewijzen", aldus Andersson tegen BBC.

De 71-jarige Andersson is ook niet bang dat uiteindelijk blijkt dat het "vroeger beter was". Misschien is dat wel zo, maar dat maakt ons niet uit. We doen dit omdat we het leuk vinden. We hebben er in ieder geval erg van genoten. Ik hoop jullie straks ook."

ABBA brengt aan het eind van het jaar voor het eerst in 35 jaar weer nieuwe muziek uit. Het gaat om twee nummers die gekoppeld zijn aan een speciale 'digitale tour' van de legendarische Zweedse popgroep.

Andersson en zijn kompaan Björn Ulvaeus waren in de studio bezig met het project toen het idee kwam om een paar nieuwe liedjes te schrijven. "We zeiden tegen elkaar: 'Misschien moeten we de dames (Anni-Frid en Agnetha, red.) vragen om langs te komen en het in te zingen."

Wereldhits

De liedjes hebben allebei een andere sound. Een is gemaakt naar de maatstaven van de huidige popmuziek. "En het andere nummer zouden we net zo goed in 1972 geschreven kunnen hebben", aldus Andersson.

"Alle vocalen zijn al opgenomen. We hebben de liedjes alleen nog niet afgerond, maar ik denk dat ze best goed zijn. Ze klinken heel erg ABBA. Wanneer Anni-Frid en Agnetha beginnen met zingen, klinkt het sowieso als ABBA."

ABBA maakte vorige week de comeback wereldkundig. De groep is bekend van wereldhits als Dancing Queen, Waterloo en Mamma Mia. De groep won in 1974 het Eurovisiesongfestival en verkocht wereldwijd meer dan 370 miljoen platen.