Aad van Toor (75) schrijft in zijn memoires, het vijfhonderd pagina's tellende Moe, ik kan een salto!, alles over zijn carrière. Zijn privéleven blijft echter achterwege. 

 

"Ik geloof niet dat er mensen zitten te wachten op verhalen over mijn scheiding, om maar wat te noemen", vertelt Van Toor. "Ik probeer dat onderscheid heel duidelijk te maken; thuis ben ik Aad van Toor, niet Adriaan de acrobaat."

Van Toor krijgt nog steeds elke dag mails via de website van Bassie & Adriaan, het duo dat hij samen met zijn broer al bijna een halve eeuw vormt. Zij maakten hun laatste nieuwe televisieserie inmiddels ruim twintig jaar geleden, maar de uitzendingen worden nog steeds herhaald en de dvd's worden nog steeds gekocht en bekeken.

"Vrijwel alle mails zijn lief", vindt Van Toor. "En de fans blijven maar vragen stellen. 'Hoe zijn jullie op dat verhaal gekomen? Wat is toch die muziek die altijd in de serie zit? Zie ik het verkeerd of klopt dat ene detail in die ene scène niet?'"

In Moe, ik kan een salto! vertelt Van Toor onder meer over The Crocksons, het duo waarmee hij en zijn broer internationaal doorbraken, en over hun televisiecarrière. Hij besloot dat heel bewust zonder zijn broer Bas te doen.

"Bas schrijft al jarenlang columns over wat hij heeft meegemaakt, en brengt daar binnenkort ook zelf een bundel van uit." Bovendien hebben de broers lang niet alles samen gedaan. "Ik heb bijvoorbeeld met mijn vrouw verre reizen gemaakt om onze series voor te bereiden, terwijl Bas thuis de zakelijke deals en de logistiek van het bedrijf regelde."

Geweldige tijd

Het schrijven van het boek was een dierbare trip down memory lane, al staan er ook minder vrolijke herinneringen in. "Er is best wel wat mis gegaan tijdens het draaien van alle series. In Griekenland is een geluidsman bijvoorbeeld van een heuvel afgevallen; hij had zijn ribben zwaar gekneusd en moest naar het ziekenhuis. Maar over het algemeen hadden we een geweldige tijd met het maken van de series."

Van Toor analyseert in het boek ook het geheim van het succes van hem en zijn broer. "Wij hebben ons publiek altijd heel serieus genomen. Veel programmamakers denken 'we maken wat wij denken dat de kinderen leuk vinden'. Wij hebben ons altijd laten leiden door de geluiden van fans."

Het feit dat Adriaan en Bassie (inmiddels 82) nog steeds publiek bezit zijn, vindt Aad niet erg. "Ik vind het heel eervol als een kind mij vraagt om een selfie. En het is gemakkelijker om het even te doen dan dat je gaat uitleggen waarom je het niet wilt."

Anonimiteit ervaart hij genoeg in Spanje, waar hij het grootste deel van het jaar woont. "Vroeger was ik daar 'die Hollander met die sigaar'; sinds ik ben gestopt met roken ben ik gewoon 'die oude Hollander'. Wat ik in een vorig leven heb gedaan, interesseert daar eigenlijk niemand."