Op het terrein van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) is maandag de zogenoemde Eindhoven Engine gestart. Dat is een gebouw waar bedrijfsleven, wetenschappers en studenten samenkomen om samen te innoveren.

De 'innovatieversneller' is bedacht door hoogleraar Maarten Steinbuch. De Eindhoven Engine is vergelijkbaar met het oude NatLab van Philips en is gevestigd in het oude Multimediapaviljoen. Het regionale bedrijfsleven en het Rijk hebben 15 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de pilot van vijf jaar.

Katja Pahnke is de nieuwe directeur Eindhoven Engine. Ze hoopt snel zonder de subsidie te kunnen. "Het is aan ons om te bewijzen dat hier een ideaal klimaat is voor innovaties waar het bedrijfsleven graag naartoe komt."

De Eindhoven Engine is ook voor de studenten van de TU/e van belang. "Zij kunnen meteen in een ideale omgeving aan de slag en ervaring op doen in de industrie." Oud-directeur Clement Goossens is het daar volledig mee eens. "Er komen hier wetenschappers, techneuten, bedrijven en studenten uit zoveel disciplines samen."

'Innovaties mede voor het dagelijks leven'

De Eindhoven Engine moet leiden tot innovaties waar 'we' uiteindelijk in het dagelijks leven ook van profiteren. "Je moet denken aan projecten op het gebied van medische innovaties, maar bijvoorbeeld ook de zelfrijdende auto's", aldus Goossens.

In mei start de verhuizing van de eerste projecten van de Eindhoven Engine. Daarna gaan er zo'n honderd mensen aan de slag in het gebouw.