Bijna achtduizend gymnasiasten hebben zich dinsdag over het examen Latijn gebogen. De helft van de punten kon verdiend worden met vragen over teksten en de andere helft van de punten was te halen met het vertalen van een Latijnse tekst.

"Latijn is altijd wel lastig, maar ik vond het nu wel oké gaan", vertelt Thomas van der Knaap (19).

Niels Vreeswijk (17) vond het wel best lastig. "Een Latijnse tekst kun je niet zo een-twee-drie lezen zoals bijvoorbeeld Engels. Maar over het algemeen ging het wel oké."

De gymnasiasten moesten drie boeken met teksten van de schrijver Ovidius leren voor het examen, maar Vreeswijk vond de vragen hierover niet zo goed verdeeld.

"Er werd helemaal niets gevraagd over het eerste boek. Over het tweede boek zat er maar een deel van een tekst in en over het derde boek werd juist heel veel gevraagd. Dat was wel een beetje uit verhouding."

Stijlmiddelen

Van der Knaap vond dit minder storend. "Je weet dat niet alles erin voor zal komen." Verder vond Van der Knaap dat er veel vragen over specifieke stijlmiddelen in het examen zaten. "Ik had die wel goed geleerd, maar de stijlmiddelen waarnaar ze vroegen, waren wel de moeilijkste."

Bij deze vragen moesten de kandidaten woorden uit de tekst halen die bijvoorbeeld bij het stijlmiddel enallage of litotes pasten. "Dat waren wel lastige vragen", vindt Van der Knaap.

Wagema Omari (17) vond die vragen juist makkelijk. "De vragen over stijlmiddelen vond ik prima te doen. Ze verwezen bijvoorbeeld naar twee regels in de tekst en dan moest je aangeven welk stijlmiddel daar in stond. Dat was niet zo moeilijk."

Apollo en Daphne

Van de twee teksten van Ovidius was Omari vooral blij met die over Apollo en Daphne. "De vragen over die tekst waren best makkelijk."

Docent Daniël van der Maas sluit zich hierbij aan. "Die tekst is echt een verhaal. Apollo beledigt Cupido, die als wraak ervoor zorgt dat Apollo smoorverliefd wordt op Daphne. Tegelijkertijd zorgt Cupido ervoor dat Daphne niet verliefd wordt op Apollo. Dat is een verhaal waar scholieren wel een beeld bij hebben. In de andere tekst zaten veel mythische en historische verwijzingen, dat maakte die wat moeilijker."

Wel vond de docent dat er weinig vragen in zaten waarbij scholieren historische of literaire context moesten geven. "Alle vragen gingen over de inhoud van de tekst en niet over bijvoorbeeld de bedoelingen van Ovidius."

Vertaaltekst

Alle drie de kandidaten zijn het erover eens dat de vertaaltekst wat moeilijker was. "Ik vond de vertaling qua niveau pittig", vertelt Vreeswijk. "Vooral het einde was een raadsel. Daarin stonden rare zinsconstructies. Ook had bijna niemand hem af." Dat laatste beamen Van der Knaap en Omari.

Van der Knaap: "Ik kwam in tijdsnood, dus moest ik de vertaling best abrupt afmaken." Omari vond de vertaling niet heel moeilijk, maar had ook te weinig tijd. "Ik heb hem net niet af gekregen en er waren meer mensen die dat probleem hadden."

Ook Van der Maas noemt de lengte als enige pijnpunt van het examen. "Over het algemeen was ik als docent blij met dit examen. Er zaten geen verrassingen in en ik denk dat scholieren goed voorbereid waren op de vragen. Alleen de lengte was voor veel leerlingen een probleem. Veel hadden het niet af."

Tien tips voor het leren van je eindexamens
Tien tips voor het leren van je eindexamens