7.237 vmbo'ers maakten maandagochtend het examen maatschappijkunde en voor veel van hen was dat het allerlaatste examen. De eerste reactie van kandidaten is dat de toets niet te moeilijk of makkelijk was.

"Ik vond het over het algemeen goed te doen, maar er zaten ook wel moeilijke vragen in", vertelt Michelle Swaneveld (17).

Ook voor Natasja Kruithof (15) zit het erop na het examen maatschappijkunde. "Ik vond het soms makkelijk, soms moeilijk", vertelt ze. "Er zaten veel meerkeuzevragen in. Dat was fijn."

Het examen begon meteen goed voor Kruithof, want de eerste vraag was volgens haar een makkelijke. "Ze vroegen hoe het heet als politieke partijen iets bespreken en dan samen tot een besluit komen. Ik heb daar compromis ingevuld. Dat was een inkopper."

Het onderwerp van het laatste gedeelte, de maatschappelijke analyse, sprak de vmbo'er niet aan. "Het ging over laaggeletterdheid. We moesten vragen beantwoorden over vier teksten en een tabel. Eén vraag was bijvoorbeeld wat voor maatschappelijk vraagstuk laaggeletterdheid is. Ik heb daar 'sociaal-economisch' geantwoord."

Ook Romee Quartel (16) vond het geen boeiend onderwerp. "Maar de vragen over de analyse waren wel te doen."

Analyse

Docent Gijs Bos beaamt dat het onderwerp van de analyse niet zo aansprekend was. "In eerdere jaren ging het bijvoorbeeld over smartphones. Dat ligt wat dichter bij de belevingswereld van scholieren." Wel vond de docent het een duidelijk probleem. "Ik denk dat de scholieren zich wel een voorstelling konden maken bij laaggeletterdheid."

In een vraag van de analyse moesten de kandidaten politieke stromingen verbinden aan een bepaalde mening over laaggeletterdheid. Bos vond dat een lastige. "Dat was een pittige vraag, waarbij je verschillende vaardigheden moest koppelen. Ik kan me voorstellen dat sommige scholieren daar moeite mee hadden."

Moeilijke vraagstelling

Swaneveld vond een vraag over het strafrecht moeilijk. "Vraag 22 ging over zaken waar burgers tegen beschermd worden door de rechtsstaat. Ik vond de vraagstelling lastig, met veel moeilijke woorden. Ik wist niet zo goed wat er nou bedoeld werd."

Bos vond de vraagstelling van een aantal vragen inderdaad lastig. "Het was een heel talig examen. Dat is het altijd wel, maar dit jaar nog iets meer, naar mijn idee. In een vraag ging het bijvoorbeeld over bestuurslagen. In de les hebben we het vooral gehad over politieke niveaus. Het kan de scholieren dus in verwarring brengen als ze een andere term zien dan ze gewend zijn."

Over het algemeen vond de docent het een moeilijker examen dan voorgaande jaren. "Het was veel tekst en een moeilijke vraagstelling. Het was niet altijd even duidelijk wat ze wilden weten."

Weinig schrijven

Quartel vond het examen best goed te doen. "Er zaten geen gekke dingen in en er waren veel meerkeuzevragen. We moesten weinig schrijven." Swaneveld is het daarmee eens. "Alleen bij het analysegedeelte moesten we meer schrijven. Het waren vooral meerkeuzevragen, en die waren goed te doen."

Bos vond de vragen over criminaliteit wat makkelijker dan de vragen over politiek. "In het gedeelte over criminaliteit zaten veel duidelijke begrip- en kennisvragen. Het waren veel meerkeuzevragen die ze volgens mij goed in hebben kunnen vullen."

Het einde van dit examen betekende voor de examenkandidaten ook het begin van de zomervakantie. "Ik was echt blij toen ik de zaal uit liep", vertelt Kruithof. "Eindelijk vakantie." Ze sprong niet meteen een gat in de lucht. "Ik wil eerst weten of ik ben geslaagd, dan kan ik pas echt gaan genieten."