Alle 62.020 havisten bogen zich donderdagmiddag over het examen Nederlands. De algemene reactie van de kandidaten is dat het examen goed te doen was.

"Ik ben niet zo goed in Nederlands, maar ik vond het een makkelijk examen", zegt Carolien Grootendorst (17).

De havist vond het examen van dit jaar zelfs makkelijker dan examens van voorgaande jaren. "Als je oudere examens had gemaakt, was alles herkenbaar." Louk van Loon (16) sluit zich hierbij aan. "Ik vond het beter gaan dan oefenexamens."

Wel vond de scholier dat sommige meerkeuzeantwoorden op elkaar leken. "Bij sommige vragen zat er maar een klein verschil tussen de antwoorden. Dat was wel lastig."

Ook Sanne van Berkel (17) vond het een prima examen. "Het was niet te moeilijk en niet te makkelijk. Ik heb er een beter gevoel over dan over andere andere examens die ik maakte."

De kandidaten zijn het erover eens dat er goede teksten in het examen zaten. De eerste twee teksten gingen over sociale media en dat beviel Marijn Buijse (17) wel. "De onderwerpen van de teksten waren van deze tijd, dus dan zijn ze beter te lezen."

Ook Van Loon reageert positief op de teksten. "Het ging over hoe jongeren zich gedragen op sociale media en dat ze alleen positieve dingen delen. Daar kun je je als scholier wel in inleven."

Laatste tekst was taaier

De laatste tekst was volgens sommigen wat taaier. Dirk van Leipsig (18) bleef daar wat langer op hangen. "Het was de laatste tekst, dus het kan ook aan mijn concentratie hebben gelegen, maar die tekst ging over bezuinigingen in de wetenschap en kunst. Die was moeilijker." Ook Buijse vond die tekst pittig. "Er stonden veel moeilijke woorden in." Van Loon had niet veel problemen met die tekst. "Het onderwerp was saaier, maar hij was ook korter dan de andere."

Docent Susanne Oudejans vond het een goed examen. "Het was mooi afwisselend. Dit is wat leerlingen mogen verwachten en moeten kunnen." De docent vond dat er ook pittige vragen in het examen zaten, maar niets raars. "Het waren aardige, leuke teksten. De tekst over dementie en die over bezuinigingen waren wat minder aansprekend, maar niet bijzonder moeilijk."

Maar één vraag over drogredenen

Grootendorst was vooral blij dat er maar één vraag in zat over drogredenen. "Dat vind ik altijd moeilijk."

Ook moesten de kandidaten verschillende teksten met elkaar vergelijken. Terwijl Grootendorst dat goed te doen vond, was Van Leipsig daar minder blij mee. "Ik vond het best lastig om verbanden te leggen tussen de teksten. Dat kwam er ook meer in voor dan normaal."

Oudejans kan zich voorstellen dat scholieren meer moeite hadden met die vragen. "De overkoepelende vragen waarbij je teksten moest vergelijken, waren wel pittiger."

Punten hadden beter verdeeld kunnen worden

Van Leipsig vond wel dat de punten beter verdeeld hadden kunnen worden over de vragen. "Er zaten veel eenpuntsvragen in en dan kwam er ineens een vraag voor vier punten. Zo'n vraag is al gauw zes tienden van je cijfer, dus als je die niet goed hebt, kan je cijfer veel lager uitvallen. Ik denk dat ik daar wel een klacht over ga indienen."

Voor het examen was een erratum over vraag 16 uitgedeeld. Dit betekent dat er een fout in de vraag zat. Die mochten de kandidaten dan ook overslaan. "Dat was een moeilijke vraag, dus dat scheelde", vertelt Van Leipsig.

"Ik denk dat leerlingen die vraag wel hadden kunnen maken, maar ik kan me ook voorstellen dat die wat verwarrend was", zegt Oudejans.