"Veel theorie, weinig sommen", is het eerste oordeel van vmbo-kandidaat Natasja Kruithof (15) over het examen economie. Samen met 45.418 andere vmbo'ers heeft zij maandagmiddag zitten zwoegen op het examen. Niet iedereen deelt die mening.

Docent René Katerbarg vond het juist een mooie verdeling van sommen, theorie en inzichtsvragen. "Een leerling die het hele jaar goed heeft meegedaan, kon dit examen goed maken", is het oordeel van de economiedocent.

"Het examen begon met theoretische vragen, maar er kwamen ook veel procentsommen in voor. Dat waren geen hele lange sommen. Alleen de vraag over het berekenen van de bruto- en nettowinst was wat langer, maar een vraag daarover is onvermijdelijk."

'Ik ben beter in rekenen dan in de theorievragen'

Met de sommen was Kruithof blij. "Ik ben beter in rekenen dan in de theorievragen. De procentsommen kon ik dus goed maken", vertelt ze. Toch vond ze het examen lastig. "Er zaten veel vragen in over begrippen en daar ben ik minder goed in."

Bij de eerste vraag raakte de vmbo'er al in de stress. "Bij die vraag moesten we een zin afmaken. Die ging over een man van 24 die voor zichzelf ging beginnen. We moesten invullen welke ondernemingsvorm hij zou kiezen; een eenmanszaak of een vennootschap onder firma. Ik koos voor het laatste, maar het moest de eenmanszaak zijn."

Er zaten veel van dit soort invulvragen in het examen. De zestienjarige Cas van Brakel vond dat fijn. "Als je een open vraag hebt, zijn er wel vijftig verschillende manieren waarop je kunt antwoorden. Op deze manier zie je de keuzes voor je."

Ook Tessa de Swart (15) was blij met deze vragen. "We moesten veel economische teksten compleet maken door termen in te vullen. Ik vond dat heel prettig."

Meer meerkeuze

Docent Katerbarg vond deze invulvragen opvallend. "Er zitten steeds minder argumentatievragen in de examens en steeds meer multiple choice, zoals de invulvragen."

Volgens de docent is hiervoor gekozen om ervoor te zorgen dat minder scholieren in tijdnood komen. Ook maakt dit het nakijken makkelijker. "Toch zitten er ook nadelen aan", vindt Katerbarg. "Er zijn scholieren die juist erg gaan twijfelen bij multiple choice, terwijl ze als ze het antwoord zelf moeten geven, makkelijker punten scoren."

De Swart was blij dat er weinig argumentatievragen in het examen zaten, want die vond ze wel lastig. "Bij een vraag moesten we bijvoorbeeld uitleggen waarom een jongen het goed vond dat er verschillende inkomsten waren in Nederland. Ik vind het altijd lastig om iets te beargumenteren waar ik het zelf misschien niet mee eens ben."

Toch ging het examen al met al goed, aldus de vmbo'er. "Ik ben goed in de procentsommen, dus daar heb ik wel punten op kunnen pakken."

'Vraag 18 was een cadeautje'

Volgens Katerbarg was het een evenwichtig examen met zowel makkelijke als moeilijke vragen. "Vraag 18 was bijvoorbeeld echt een cadeautje. Daar werd gevraagd waarom de beroepsbevolking groeit als ook de mensen worden meegerekend die minimaal één uur per week werken, in plaats van twaalf uur. Dat is zó logisch, dat ik me kan voorstellen dat sommige leerlingen dachten dat het een instinker was."

Vraag 33 was daarentegen lastiger. "Dat was een vraag over een kortingspas voor mensen met een minimumloon. Dat was zo'n typische inzichtsvraag waarvoor je niet echt kon leren, maar vooral goed moest lezen."

Precies die vraag vond Van Brakel ook lastig. "Ik had echt geen flauw idee. Dit hebben we nooit behandeld in de les. Ik heb maar gewoon iets ingevuld."

Kruithof staat een 7,8 voor economie en hoeft dus geen hoog cijfer te halen. "Maar ik hoop wel op een voldoende." Ze heeft het examen nagekeken en gelukkig valt het alles volgens haar mee. "Mijn cijfer zit tussen de 5,9 en 7,9, afhankelijk van de normering", vertelt ze opgelucht.

LAKS krijgt meer dan tweeduizend klachten

Er zijn bij de klachtenlijn van het LAKS inmiddels meer dan tweeduizend klachten over het vmbo-examen economie binnengekomen.

Daarmee lijkt het erop dat de vmbo'ers het examen toch best moeilijk vonden.