De tweede examenweek is maandagochtend van start gegaan met onder meer het vwo-examen geschiedenis, dat gemaakt is door 19.071 kandidaten.

Olav Koning (18) kwam als eerste van zijn groep de examenzaal uit. "Het ging goed, ik vond het niet echt lastig", begint hij zijn oordeel. Wel zat er een vraag in waar de vwo'er op bleef hangen.

"Bij vraag zestien moesten we een bron gebruiken over onderwijs in Algerije. Daarbij moesten we het meningsverschil tussen het Franse bestuur in Algerije en de schrijver van de bron uitleggen aan de hand van een kenmerkend aspect uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Ik vond het best lastig om uit de bron de tegenstelling tussen de schrijver en de Franse overheid te halen", aldus Koning.

Thomas van der Knaap (19) sluit zich hierbij aan. "We moesten die vraag linken aan een kenmerkend aspect van de eerste helft twintigste eeuw, maar ik kan nu, met mijn boek voor me, nog steeds niet vinden welk kenmerkend aspect ze nou wilden weten. Zodra ik mijn examenblad terug heb, ga ik een een klacht indienen bij het LAKS."

Weinig vragen over wereldoorlogen

Buiten die vraag ging het examen goed bij Van der Knaap. "De meeste vragen vond ik duidelijk. Het was eigenlijk precies wat ik verwacht had." Ook Wieke van Vlaardingen (18) vond het geen verrassend examen. "Er zat niets raars in en de onderwerpen waren goed verspreid. Er was veel afwisseling. Het waren 26 vragen en ik had ruim de tijd. Ik heb het nog twee keer door kunnen lezen."

Er zaten weinig vragen over de wereldoorlogen in en dat vond Van Vlaardingen wel fijn. "Die vragen gaan vaak over propaganda. Die vind ik lastig te beantwoorden." Koning vond dit juist wel jammer. "De wereldoorlogen vind ik het meest interessant."

'Er werd weinig naar kenmerkende aspecten gevraagd'

Docent Peet Kappen vindt dat het examen redelijk op niveau was, maar zeker niet te moeilijk. "De verhouding tussen de tekst- en beeldbronnen was prima. Het was een goede weerspiegeling van de leerstof."

Wel vond de docent het jammer dat er weinig naar de kenmerkende aspecten (kerngebeurtenissen en perioden) werd gevraagd. "Er zaten er maar drie in. Dat vond ik jammer voor de leerlingen. Er wordt door de wetgever veel nadruk gelegd op die kenmerkende aspecten. Als je die zo belangrijk maakt, moet je ze ook laten terugkomen, vind ik. Ook als docent is dat frustrerend."

Bij de scholieren zijn de meningen verdeeld over het feit dat er nauwelijks naar de kenmerkende aspecten werd gevraagd. Waar de een aangeeft het jammer te vinden omdat daar zo op gehamerd werd, was de ander er juist blij mee. "Ik vond die kenmerkende aspecten best lastig om te leren en te onthouden", legt Koning uit. "Ik vond het daarom wel fijn dat er weinig vragen waren waar je ze moest noemen."

Wel vinden de scholieren dat het niet helemaal verspilde tijd was als je de kenmerkende aspecten had geleerd. "Ik vond het fijn dat we ze niet letterlijk op hoefden te noemen, maar je kon ze gedurende het examen wel gebruiken", vindt Van der Knaap.