Jaap van Dissel was bij de eerste coronapersconferenties en premier Mark Rutte gaf hem per ongeluk een hand nadat hij dat net zelf verboden had. 2020 was het jaar waarin de directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM uitgroeide tot misschien wel hét boegbeeld van de coronacrisis. Terugblikkend op het jaar vertelt Van Dissel over hoe het coronavirus Nederland in maart overviel en wat hij ervan vindt om een bekende Nederlander te zijn.

In januari meldde het RIVM dat de kans klein was dat het coronavirus zich in Europa zou verspreiden. Twee maanden later zaten we in een lockdown. Hadden de alarmbellen niet eerder moeten rinkelen?

"In het begin acteerden we vooral op informatie die beschikbaar was. Die informatie, voornamelijk uit China, duidde aanvankelijk toch op een ander type uitbraak. Dat is nou eenmaal zo. Vervolgens moet je kantelen als nieuwe informatie beschikbaar komt."

"Ik kan me voorstellen dat sommige mensen denken: wat vreemd en wat gebeurt daar? Eerst wordt gesproken over relatief geringe risico's en even later wordt dat aangepast. Tja, dat is hoe het is. Het zou ook raar zijn als wij net zouden doen alsof er niks veranderd is. Voortschrijdend inzicht bij een nieuw virus, waar nog geen wetenschappelijke kennis over is, is onvermijdelijk. Ik kan me voorstellen dat het de wenkbrauwen doet fronsen, maar dat is niet anders."

Wanneer had u het gevoel: dit gaat echt mis?

"Toen we beseften dat het ziektebeeld lang niet altijd longontsteking, hoge koorts en ernstige ziekte betekende, maar dat een belangrijk percentage zieke personen relatief milde klachten had. Met name bij jonge personen speelde het zich bijna geheel onder de medische radar af. Dat hebben we echt pas in Nederland vastgesteld."

"Begin maart hebben we in een grote groep personeel van ziekenhuizen in Brabant onderzocht of corona een oorzaak van milde klachten kon zijn. Dat werd bevestigd en op dat moment werd duidelijk dat de inspanning die we met zijn allen zouden moeten leveren om verspreiding te voorkomen vele malen groter zou worden dan wanneer het nieuwe coronavirus patiënten alleen maar ernstig ziek maakte."

“Natuurlijk denk je: dit wordt behoorlijk ingewikkeld, maar het is belangrijk dan snel de volgende stap te nemen.”
Jaap van Dissel, directeur Centrum Infectieziektebestrijding

U komt over als een nuchtere man, maar is er dan toch ook een vorm van schrik?

"Die is er natuurlijk, maar tegelijkertijd realiseer je je dat we door moeten en dat het beleid moet worden aangepast. Dus natuurlijk denk je: zo, dit wordt behoorlijk ingewikkeld. Maar ik denk dat het dan belangrijk is om je zo snel mogelijk aan te passen en de volgende stap te nemen."

Had u voorzien dat we ooit met zo'n pandemie te maken zouden krijgen?

"Je wéét dat het mogelijk is. Maar puur als droge kennis. De hele daadwerkelijke invulling, het gevoel erbij en het feit dat we in Nederland in een vorm van lockdown zouden gaan, dat kun je je niet voorstellen. Uit historische interesse lees je bijvoorbeeld over de pest en over de Spaanse griep van 1918. Maar het is altijd moeilijk om dat te vertalen naar de huidige situatie. In onze maatschappij is een heleboel maakbaar, maar je ziet nu hoe een dergelijk klein virus dat kan verstoren. Ik kon me op zich indenken dat het zou kunnen, maar toch miste je dan het gevoel en de invulling erbij."

En nu speelt u zelf een belangrijke rol in een pandemie waar het over vijftig jaar vermoedelijk nog over gaat.

"Ik vind dat ingewikkeld. Enerzijds omdat ik als dokter ook de gevolgen van COVID-19 zie. Die kunnen heel persoonlijk zijn, omdat mensen ziek worden en soms overlijden. Ik zie ook de sociaal-economische gevolgen. Maar ik ben ook infectieziekte-expert. Het zou raar zijn als ik niet een zekere fascinatie voor nieuwe infectieziekten en uitbraken heb. Die aspecten lopen nu door elkaar."

Heeft u alles goed gedaan tijdens de coronacrisis?

"Nou, het is niet een kwestie van goed doen of niet goed doen, we zitten er nog middenin. Dit is een crisis met zo'n impact dat ik verwacht dat die nog lange tijd wordt geëvalueerd als we straks hopelijk met een vaccin beschermd zijn."

Op dit moment wil u die vraag dus nog niet beantwoorden?

"Ik denk dat het gewoon te vroeg is om voldoende te weten wat de consequenties zouden zijn geweest als we dingen anders hadden gedaan. Het enige wat we tot nu toe kunnen doen, is landen vergelijken."

Maar er moet nu toch ook al iets zijn wat u anders had willen doen of niet had moeten zeggen?

"Dat zijn vele dingen, maar die ga ik bewaren voor de evaluatie."

Jaap van Dissel doet zijn mondkapje af voorafgaand aan een technische briefing in de Tweede Kamer.

Jaap van Dissel doet zijn mondkapje af voorafgaand aan een technische briefing in de Tweede Kamer.
Jaap van Dissel doet zijn mondkapje af voorafgaand aan een technische briefing in de Tweede Kamer.
Foto: ANP

Komt u weleens in de supermarkt?

"Daar kom ik op tijden dat het zo rustig mogelijk is."

Op het moment dat u de winkel binnenstapt en een mondkapje opdoet, denkt u dan: wat een onzin, dit heeft eigenlijk helemaal geen zin?

"Nee, nee, nee. Zo moet je dat helemaal niet zien. Dat is ook niet wat we gezegd hebben. Kijk, het OMT heeft bepaalde opvattingen over mond-neusmaskers. En vervolgens is er een beleid gekozen en dat is prima, dat moet ook op een gegeven moment. Als dat beleid er dan is, volg ik dat net zo op als ieder ander."

Er ontstond op een gegeven moment het beeld dat Jaap van Dissel tegen mondkapjes is.

"Het was totaal geen persoonlijke zaak. Ik vertegenwoordig het OMT. Dat dit zo via de media geframed wordt, daar heb ik wel een mening over, maar daar gaan we het nu niet over hebben. Het heeft tot dit beleid geleid, prima."

Stoort u zich aan dat frame van de media?

"Daar stoor ik me niet aan, het gebeurde. Uiteindelijk hebben we wel gezegd: laten we in ieder geval zorgen dat dit niet meer de dagelijkse media beheerst, want andere dingen zijn belangrijker. Het isoleren aan de bron is veel belangrijker dan persoonlijke bescherming. Mond-neusmaskers zijn een sluitstuk om een laatste risico af te dekken."

“Reacties moeten natuurlijk nooit bedreigend worden.”
Jaap van Dissel, directeur Centrum Infectieziektebestrijding

De coronacrisis heeft er ook voor gezorgd dat u een bekende Nederlander bent geworden. Wat vindt u daarvan?

"Ik vind daar eerlijk gezegd niet zoveel van. Het punt is dat corona iedereen raakt. Dan is het ook logisch dat verschillende leden van het OMT, onder wie de voorzitter, meer bekendheid krijgen. Ik verwacht dat als het coronavirus weg is, dat er weer anderen naar voren komen. Zo gaat dat."

Kijkt u naar dat moment uit?

"Laten we het erop houden dat ik hoop dat er een oplossing komt. Hoe eerder, hoe beter en de rest is secundair."

BN'er zijn betekent ook dat uw huis ineens in een roddelblad stond.

"Wie vindt dat nou interessant?"

Kennelijk zijn er mensen die dat boeiend vinden.

"Het ligt buiten mijn invloedssfeer."

Dus?

"Voor mij is dat helemaal niet nodig, maar ik kan het verder niet beïnvloeden."

Krijgt u ook negatieve reacties die u persoonlijk raken, zoals bedreigingen?

"Laten we het erop houden dat ik met alle type reacties te maken heb. We zijn met iets bezig dat iedereen raakt. Er zijn maar weinig mensen die er echt voordeel van hebben. Dan is het begrijpelijk dat er een heleboel soorten reacties opkomen bij mensen. Natuurlijk krijg je allerlei mails en brieven. Zowel positief als negatief. Soms zijn die persoonlijk gericht en soms algemeen. Als die reacties in evenwicht zijn, is dat goed en het moet natuurlijk nooit bedreigend worden. Dat is volgens mij alles wat we erover moeten zeggen."

Jaap van Dissel komt aan bij het Catshuis voor overleg met onder anderen premier Mark Rutte.

Jaap van Dissel komt aan bij het Catshuis voor overleg met onder anderen premier Mark Rutte.
Jaap van Dissel komt aan bij het Catshuis voor overleg met onder anderen premier Mark Rutte.
Foto: ANP

Wanneer kunnen we de anderhalvemeterregel loslaten?

"Dat zal nog wel even duren. Het belang is dat eerst heel breed gehoor wordt gegeven aan de oproep om je te laten vaccineren. Dan kom je al een stuk verder en kunnen we uiteindelijk meer loslaten. Dat is het streven, daar doen we het uiteindelijk voor."

Hoe gaat u Kerst vieren?

"In zeer beperkte kring, precies volgens de voorschriften die daarvoor gegeven zijn."

Of is er geen ruimte om Kerst te vieren en bent u alleen maar aan het werk?

"Dat kan ik niet voorspellen. Maar er zijn natuurlijk veel mensen die moeten doorwerken met Kerst, omdat ze voor kritische processen staan. Dat mag ook worden genoemd. Ik hoop dat we het volgend jaar kunnen compenseren."

Rutte gaat zelf de fout in na oproep geen handen te schudden
27
Rutte gaat zelf de fout in na oproep geen handen te schudden