De afgezette president van Egypte Hosni Mubarak ontkent dat hij tijdens de opstand in 2011 bevel heeft gegeven betogers te doden. Dat zei hij woensdag in de rechtbank.

"Mohammed Hosni Mubarak zou nooit opdracht geven betogers te doden of bloed van Egyptenaren te vergieten", zei de 86-jarige ex-president.

Mubarak werd vorig jaar veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, omdat hij niet had voorkomen dat bij de opstand van 2011 betogers om het leven kwamen. Een hogere rechtbank oordeelde echter dat het proces over moest en Mubarak staat nu opnieuw terecht. Het vonnis in dit proces volgt 27 september, zei de rechter.

In een uitvoerig betoog ging Mubarak in op de wapenfeiten uit zijn 29-jarige heerschappij. Hij zei in 2011 vrijwillig uit de macht te zijn gestapt om te voorkomen dat het land in de 'afgrond' zou vallen.

'Uitbuiters'

Volgens de ex-president was de opstand in 2011 overgenomen door 'uitbuiters van religie in en buiten het land'. Die zouden de demonstranten hebben aangezet tot geweld.

Dergelijke beschuldigingen zijn door leden uit het Mubarak-tijdperk vaker te berde gebracht. Gedoeld wordt op de Moslimbroederschap, die na de eerste vrije verkiezingen in 2012 met Mohammed Morsi de president mochten leveren. Een jaar later kwam ook Morsi ten val.

"Het rad van de geschiedenis draait niet achteruit", zei Mubarak. "Niemand kan de geschiedenis fabriceren."

In een ander proces werd Mubarak schuldig bevonden aan corruptie. Hij kreeg drie jaar cel en zit die momenteel uit.