Mohamed Mursi werd vorig jaar president van Egypte nadat hij de eerste vrije verkiezingen in Egypte ooit had gewonnen.

Mursi, de vijfde president van het Noord-Afrikaanse land, was bovendien de eerste burger die het ambt bekleedde. Zijn voorganger Hosni Mubarak, die in 2011 het veld moest ruimen, was afkomstig uit het leger.

Mursi, afkomstig uit een dorp in de Nijldelta, is getrouwd en heeft kinderen. Hij studeerde in Egypte en in de Verenigde Staten. Van 2000 tot 2005 zat hij in het parlement.

Hoewel Mursi (1951) had gezegd een president te zijn ''voor alle Egyptenaren'', heeft hij die belofte volgens zijn vele tegenstanders niet waargemaakt. Sinds het begin was de kritiek op zijn leiderschap groot. Massale protesten tegen zijn bewind waren het gevolg, maar Mursi beriep zich op zijn ''legitimiteit'' als gekozen leider.

Volgens zijn tegenstanders voerde de president vooral de politieke agenda uit van de Moslim Broederschap, de islamistische beweging waar Mursi uit voortkomt en die onder het regime van Mubarak nog werd onderdrukt. Voor de belangen van andere groepen zou hij weinig oog hebben gehad.

Dat resulteerde onder meer in een zeer omstreden grondwet. De nieuwe constitutie was misschien wel de belangrijkste hervorming die Mursi moest doorvoeren in het Egypte na Mubarak. Maar veel mensen vonden de invloed van islamisten op de grondwet veel te groot.

Nieuwe farao

Toen Mursi zichzelf in november 2012 ook nog eens vrijwel onbeperkte bevoegdheden gaf ''om de revolutie te beschermen'', ontplofte de oppositie. ''Een nieuwe farao'', werd de president onder meer genoemd.

Los daarvan zou Mursi's aanpak van de corruptie en de grote economische problemen van Egypte onvoldoende zijn. Dat waren belangrijke redenen voor de volksopstand die in 2011 een einde maakte aan het bijna 30 jaar oude regime van Mubarak, die uit het leger afkomstig was.

Ondertussen schreef Mursi wel een paar wapenfeiten op zijn naam. Zo schoof hij het hoofd opzij van het ook na Mubarak nog machtige leger van Egypte, Mohammed Hussein Tantawi. Ook kreeg hij lof voor zijn bemiddelende rol in het staakt-het-vuren tussen Hamas en Israël in november 2012.