CAIRO - De eerste presidentsverkiezingen na de val van Mubarak zijn voor Egypte een primeur waar weinig over te voorspellen is.

De militairen, die in 1952 de macht grepen, zitten nog in het zadel. Als zij de macht inderdaad afstaan, laten ze enorme economische problemen na en veel staatsinstellingen die zijn vermolmd door corruptie en vriendjespolitiek.

Hier vier kandidaten die mogelijk de erfenis op hun bord krijgen:

Amr Moussa (75): Hij was 10 jaar minister van Buitenlandse Zaken onder Mubarak en presenteert zich als liberaal die het land moet behoeden voor de chaos van de onervaren islamisten. Hij dankt zijn imago als staatsman aan zijn voorzitterschap van de Arabische Liga (2001-2011).

Abdel Moneim Abulfotouh (60): Hij was lange tijd topman bij de Moslim Broederschap. Hij heeft liberale denkbeelden en begon in 2011 een eigen campagne tot woede van de broederschap die hem royeerde. Abulfotouh gokt dat hij een brug kan slaan tussen radicale moslims en seculieren. Hij kreeg al steun van salafisten én jonge revolutionairen.

Mohammed Mursi (60): De kiesraad, benoemd door de junta, stond de gewenste kandidaat voor de broederschap niet toe mee te doen. Dus werd het Mursi. Hij kan rekenen op de grote trouwe aanhang, maar lijkt verder weinig aan te spreken. Mursi presenteert zich als pure islamist, ook om stemmen van conservatieven en salafisten weg te houden bij Abulfotouh.

Ahmed Shafiq (70): De laatste premier van Mubarak. Hij was maar een maand premier maar eerder jarenlang minister. Hij is een optie voor velen die de stabiliteit, de subsidies en de baantjes van Mubaraks regime missen.

Alle berichten over Egypte in ons nieuwsdossier