AMSTERDAM - De Egyptische revolutionairen weten nog precies wanneer de revolutie hun door de handen begon te glippen:

Het was het moment van hun grootste overwinning, de dag dat betogers in de extase over het aftreden van president Hosni Mubarak het leger toejuichten toen dit de macht van hem overnam. "Het leger en het volk zijn één hand", scandeerden zij.

In de negen maanden daarna hebben de generaals - stuk voor stuk door Mubarak benoemd en oudgedienden van diens bewind - een ijzeren greep gehouden op de ontwikkelingen.

De revolutionairen hadden gehoopt op een overgang naar democratie waarin het oude regime ontmanteld zou worden, maar in plaats daarvan heeft het leger zijn greep juist verstevigd; het gaf zichzelf overweldigende bevoegdheden, terwijl het landsbestuur op zijn beloop werd gelaten, waardoor gewone Egyptenaren bezorgd raakten over de veiligheid op straat en de economie.

Zijspoor

De jongerengroepen die de aanzet gaven tot de opstand, die 25 januari begon en achttien dagen later leidde tot de val van Mubarak, zijn op een zijspoor gezet, gemarginaliseerd en geësoleerd.

"Wij hadden de straten niet moeten verlaten. Wij hebben de macht op een zilveren schaal aan het leger overgedragen", zegt Ahmed Imam, een 33-jarige activist. "De revolutionairen zijn te snel naar huis gegaan. Wij zijn vertrokken voordat de slag gestreden was."

Woede

Maanden van woede over de aanpak van het leger gedurende de overgangsperiode kwamen dit weekeinde tot uitbarsting. Bij botsingen op het Tahrir-plein kwamen meer dan twintig mensen om het leven en raakten honderden gewond.

De demonstranten eisten aanvankelijk dat het leger snel een datum zou noemen voor een machtsoverdracht aan een burgerregering, maar de stemming sloeg zondag om na een poging van veiligheidstroepen om het plein in Caïro schoon te vegen.

Nu zeggen de betogers dat de regerende Opperste Militaire Raad onder leiding van veldmaarschalk Hussein Tantawi slechts een verlengstuk is van het regime van Mubarak en plaats moet maken voor een overgangsregering van burgers.

Verkiezingen

De verkiezingen voor het eerste postrevolutionaire parlement gaan 28 november van start en beloven de eerste eerlijke verkiezingen sinds mensenheugenis te worden.

Maar in plaats van vreugde en opwinding heerst er onder de Egyptenaren vooral verwarring. Het kiesstelsel is omslachtig en ingewikkeld en het stemmen is over enkele maanden uitgespreid. Voor veel mensen is het onduidelijk wie zij kunnen kiezen.

Islamitisch-fundamentalistische partijen, met name de invloedrijke Moslimbroederschap, zullen naar verwachting de meeste stemmen en zetels behalen.

Maar ongeacht wie er wint wordt betwijfeld of een nieuwe regering sterk genoeg zal zijn om de generaals, die blijven zitten en zich tegen al te grote hervormingen verzetten, het hoofd te kunnen bieden.

Grondwet

Nu al probeert het leger de voornaamste taak van het nieuwe parlement - de vorming van een panel dat een nieuwe grondwet moet opstellen - naar zijn hand te zetten.

Zo eist de Opperste Militaire Raad voor zichzelf een rol op als 'hoeder' van de grondwet, wil hij het budget van de strijdkrachten geheim houden en een veto kunnen uitspreken over de samenstelling van het panel dat de grondwet gaat opstellen.

Ook een president, wiens verkiezing voor eind volgend jaar of begin 2013 wordt voorzien, zal als bekleder van het hoogste ambt rekening moeten houden met de generaals. Ofwel omdat hij ook een militaire achtergrond heeft, of omdat hun bevoegdheden verder gaan dan de zijne.

Elbaradei

"Als ik Egypte aan de vooravond van de revolutie op 24 januari had verlaten en vandaag was teruggekomen, zou ik niet geweten hebben dat zich een revolutie heeft voltrokken, behalve door het gebrek aan veiligheid en de achteruit hollende economie", zei Mohammed ElBaradei, Nobel-vredesprijswinnaar en een prominent voorstander van hervormingen, vorige week in een talkshow op televisie.

De atmosfeer in Egypte is heel anders dan in Tunesië, waar de Arabische Lente begon. Enthousiast en vol optimisme gingen de Tunesische kiezers in oktober naar de stembus.

Islamisten kwamen als sterksten uit de bus, maar zelf progressieven die bezorgd zijn over de toenemende religieuze invloed zagen het als een overwinning voor de democratie.

Tunesië

In Tunesië vervulde het leger tijdens de overgang geen rol van betekenis. Het hield zich op de achtergrond terwijl een overgangsregering van burgers het land na het vertrek van dictator Zine El Abidine Ben Ali leidde.

Politieke partijen en hervormingsgezinden hadden een stem in het systeem via een 150 leden tellend Hoog Comité ter Verwezenlijking van de Doelstellingen van de Revolutie, dat optrad als quasi-parlement. Het gezag berustte duidelijk bij burgers, die door het publiek konden worden bekritiseerd.

In Egypte trad de burgerregering volgens ElBaradei voornamelijk op als 'secretarissen' van de Opperste Militaire Raad.

De raad koestert geheimhouding, vaardigt soms cryptische decreten uit, treedt op tegen critici en probeert groepen achter de opstand zwart te maken, bijvoorbeeld met het verwijt dat ze 'door buitenlanders geleid' zouden worden.

De generaals hebben minstens twaalfduizend burgers voor militaire rechtbanken gesleept en arrestanten zouden worden gemarteld.

Kopten

Het prestige van de militairen liep een zware deuk op door geweld tijdens een betoging van koptische christenen op 9 oktober, waarbij 27 mensen, voornamelijk christenen, om het leven kwamen.

Op videobeelden was te zien dat soldaten met pantserwagens op demonstranten inreden; het leger ontkende dat militairen op demonstranten had geschoten of opzettelijk op hen waren ingereden. Het zei dat christenen en 'verborgen handen' met het geweld waren begonnen.

De generaals hebben de gehate noodwetten van Mubarak weer van stal gehaald. De staatsveiligheidsdienst is officieel ontbonden, maar in feite onder een andere naam voortgezet, waarbij het merendeel van de agenten op hun plaats bleven zitten.

Evenmin heeft het leger zich iets aangetrokken van oproepen om leden van de partij van Mubarak van openbare functies uit te sluiten.

"Zij zijn ons vijandig geworden en hun retoriek is altijd vol verwijzingen naar buitenlandse samenzweringen, paranoia en vreemdelingenhaat. Ik denk dat ze ervan overtuigd zijn dat Egyptenaren niet geschikt zijn voor democratie", aldus de activist Hossam Bahgat over de militairen.

Op straat

Progressieven vragen zich af waar het mis is gegaan. Sommigen menen dat de beweging op straat had moeten blijven. De protesten zijn na het vertrek van Mubarak wel doorgegaan, maar op veel kleinere schaal.

Ze hebben het leger op sommige punten terug doen krabbelen, maar over het algemeen zijn de politieke bewegingen het niet eens kunnen worden over een agenda voor de protesten.

Vooral de Moslimbroederschap houdt zich afzijdig, als het niet om onderwerpen gaat die haar leiders na aan het hart liggen.

"Het komt er op neer dat de revolutionairen hun eigen sterke en zwakke punten niet kenden op het moment dat de president aftrad", zegt activist Negad Borai. "Ze waren niet klaar voor dat historische moment."

Angst militairen

De grootste angst van de militairen lijkt te zijn dat voor het eerst burgers zullen proberen gezag over hen uit te oefenen. Sinds de staatsgreep van 1952 tegen de monarchie waren alle vier presidenten van Egypte afkomstig uit de rangen van het leger.

Het leger vormt inmiddels een staat binnen de staat, met grote zakelijke belangen en politieke macht. Ook veel provinciale gouverneurs en directeuren van strategische installaties als lucht- en zeehavens zijn afkomstig uit het leger.

Malaise

Veel Egyptenaren vragen zich door de economische malaise en de onveiligheid op straat af of de revolutie wel iets goeds heeft gebracht.

Misdaadcijfers zijn omhoog geschoten, sektarisch geweld is toegenomen en de politie is nog niet op volle sterkte teruggekeerd in de straten, nadat ze daar tien maanden geleden onder nog altijd niet volledig opgehelderde omstandigheden uit waren verdwenen.

De militairen maken hier handig gebruik van om zichzelf op te werpen als redders van het land.

Idealisme

Het is allemaal ver verwijderd van de romantiek en het idealisme van een revolutie door een volk dat lang voor apathisch werd versleten.

Tijdens de roes van de opstand droomden de betogers van vrijheid en democratie in een Egypte dat autoritarisme, gemanipuleerde verkiezingen en marteling en corruptie eindelijk van zich af zou schudden. Op het Tahrir-plein werd hun toekomstbeeld van sektarische harmonie, diversiteit en zelfvoorziening in praktijk gebracht.

Columnist en activist Bilal Fadl zegt dat de revolutie in zoverre geslaagd is, dat voor het eerst rekening wordt gehouden met de volksmassa's. Maar er is verzuimd om die band met het publiek in stand te houden.

"De grootste fout van de revolutie is dat zij verzuimd heeft te communiceren met de straat."