VOORBURG - De onroerendzaakbelasting (OZB) levert de gemeenten dit jaar 2,9 miljard euro op, bijna de helft van alle gemeentelijke heffingen. Eigenaren betalen 7,5 procent meer, gebruikers zelfs 9,2 procent.

Dat blijkt uit berekeningen die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag heeft gepubliceerd. De heffingen van provincies, gemeenten en waterschappen stijgen dit jaar gemiddeld met 7,5 procent. Dat brengt de totale lasten voor burgers en bedrijven op 8,8 miljard euro. Gemeenten incasseren het leeuwendeel van dat geld, 6,1 miljard euro.

De heffingen van de provincie gaan met 8,3 procent het meest omhoog, gevolgd door de gemeentelijke heffingen, die 8 procent stijgen. Waterschappen doen er 5,4 procent bovenop.

De opbrengst van de OZB neemt voor een deel toe door nieuwbouw maar ook door verhoging van de tarieven. Het gebruikersdeel stijgt procentueel sterker dan het eigenarendeel doordat veel gemeenten een vast bedrag aan korting op dit deel van de OZB geven, de zogenoemde Zalmsnip. Door de verhoging van de tarieven wordt het aandeel van de korting in de belasting kleiner. Daar komt bij dat een aantal gemeenten de Zalmsnip dit jaar niet meer via de OZB maar via andere heffingen geeft.

Eigenaren gaan in totaal 7,5 procent meer betalen en gebruikers ,2 procent meer. Zonder de snip zou de stijging van het gebruikersdeel uitkomen op 6,9 procent.