Total voor rechter in proces over olieramp Erika

AMSTERDAM - Zeven jaar na de ramp met de olietanker Erika is maandag in Parijs de rechtszaak begonnen tegen oliemaatschappij Total en veertien andere verdachten over hun aandeel in de zaak.

De onder Maltese vlag varende tanker met olie van Total aan boord brak in december 1999 tijdens een storm in tweeën en zonk. Bijna twintigduizend ton olie kwam in zee terecht en spoelde aan op een vierhonderd kilometer lang stuk van de Franse westkust. Duizenden vogels werden besmeurd en legden het loodje.

Precedent

Total is vervuiling en medeplichtigheid aan het in gevaar brengen van mensen en goederen ten laste gelegd. Als Total schuldig wordt bevonden aan nalatigheid, zou dat een precedent betekenen in de Franse rechtspraak.

Tot op heden hoefden bedrijven geen vergoedingen te betalen voor schade aan het milieu, alleen als de vervuiling tot economische schade had geleid.

Scheurtjes

De Franse staat eist 153 miljoen euro schadevergoeding van het oliebedrijf. Drie Franse regio's die door de vervuiling zijn getroffen eisen nog eens vierhonderd miljoen.

Volgens de onderzoeksrechter heeft Total haar eigen veiligheidsnormen veronachtzaamd door een 25 jaar oud schip te charteren en was de maatschappij er een dag voor de ramp al van op de hoogte dat het schip scheurtjes vertoonde waar olie doorheen lekte.

Schoonmaak

Total ontkent de beschuldigingen en wijst erop dat ze tweehonderd miljoen euro heeft betaald om de Franse stranden te helpen schoonmaken, de olie uit het schip te pompen en de olievlek te behandelen.

Het proces wordt naar verwachting in juni afgerond.

Tip de redactie