Armoede in grote steden treft vooral alleenstaande vrouw

VOORBURG - Armoede in de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht doet zich het meeste voor onder alleenstaande vrouwen van 45 tot 64 jaar. In Rotterdam bijvoorbeeld gold dat in 2004 voor bijna vier op de tien van deze vrouwen. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS spreekt van armoede wanneer een huishouden een jaarlijks inkomen heeft met een lagere koopkracht dan 9250 euro. In de meeste gevallen gaat het om mensen met alleen bijstand of AOW.

In 2004 had vijftien procent van de huishoudens in de vier grote steden zo'n laag inkomen. Landelijk was dat negen procent. Behalve onder alleenstaanden van 45 tot 64 jaar doet armoede in de vier grote steden zich relatief veel voor onder eenoudergezinnen en paren met minderjarige kinderen.

Verschillen

Amsterdam en Rotterdam tellen de meeste huishoudens met een laag inkomen, respectievelijk zeventien en zestien procent. In Den Haag heerst er armoede bij veertien procent van alle huishoudens, in Utrecht elf procent.

Anders dan in Den Haag en Utrecht, is de armoede in Amsterdam en Rotterdam redelijk gespreid over de stad. In alle wijken van deze steden had in 2004 meer dan een vijfde van de niet-westerse allochtone huishoudens een laag inkomen.

Den Haag heeft als enige grote stad wijken waar het aandeel lage inkomens onder autochtone huishoudens boven de twintig procent uitkwam.

In Amsterdam en Rotterdam lag het maximaal op zestien procent, in Utrecht op twaalf procent.

Tip de redactie