DEN HAAG - De pensioenregelingen maken de arbeidskosten in Nederland hoog en dat leidt tot stijging van de werkloosheid. Dat schrijft de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken, secretaris-generaal Oosterwijk, in zijn traditionele nieuwjaarsartikel in het economenvakblad ESB.

Bij een toenemende vergrijzing kan ons land het zich niet langer veroorloven dat oudere werknemers ver voor hun pensioen stoppen met werken. Dat wordt echter wel in de hand gewerkt, omdat ook de premies voor "dure" regelingen voor vervroegd pensioen aftrekbaar zijn voor de belastingen, aldus Oosterwijk. Vroegtijdig stoppen met werken wordt bovendien bevorderd door afspraken van werkgevers en werknemers in de CAO's over "bovenwettelijke" aanvullingen op WAO- en WW-uitkeringen. Daardoor is de druk om opnieuw aan de slag te gaan een stuk minder.

Op de lange termijn zijn de pensioenen in ons land over het geheel genomen te royaal, aldus de topambtenaar. Zodra de pensioenfondsen er financieel weer beter voorstaan, moeten ze zoeken naar mogelijkheden om de hoogte van premies te beperken. Ook zouden ze de kosten moeten matigen, die het gevolg zijn van aanpassing van de uitkeringen aan loonstijging of inflatie.

Dat kan door in de pensioenregelingen af te stappen van het zogeheten eindloon. Niet langer zou het laatst verdiende inkomen, maar het gemiddelde salaris tijdens de gehele loopbaan bepalend moeten zijn voor de hoogte van de uitkering, het zogeheten middelloonstelsel. Een alternatief kan zijn dat het uitgangspunt van eindloon wordt gehandhaafd, maar dat de daadwerkelijke uitkering meer gaat afhangen van de ingelegde premies en minder van gestegen lonen of prijzen.

Oosterwijk is het eens met politici die ervoor pleiten de loonstijging de komende jaren te beperken tot de hoogte van de inflatie. Ook pleit hij voor forse bezuinigingen, van "minstens anderhalf procent van het bbp", ofwel van wat we met ons allen in dit land verdienen. Het bruto binnenlands product zal dit jaar volgens het Centraal Planbureau uitkomen op 464 miljard euro.

De hoogste ambtenaar van Economische Zaken vindt ook dat werken moet lonen. Het verschil tussen loon en uitkering is volgens hem in de voorbije jaren alleen op papier groter geworden. Als rekening wordt gehouden met de extraatjes waarop mensen met een uitkering aanspraak kunnen maken, de zogeheten inkomensafhankelijke subsidies, is werken voor "velen juist minder lonend dan aan het begin van de jaren negentig". Ook pleit de topambtenaar ervoor een nieuw WAO-stelsel zo snel mogelijk in te voeren.