AMSTERDAM - De invoering van de OV-chipkaart op 1 januari 2009 mag niet leiden tot grote regionale tariefverschillen. De partijen in de Tweede Kamer maken zich hierover grote zorgen, zo bleek donderdag tijdens een debat met minister van Verkeer Karla Peijs (CDA). "We gaan niet fröbelen met de tarieven", zei Sharon Dijksma (PvdA).

De chipkaart, die alle vervoerbewijzen in het openbaar vervoer gaat vervangen, wordt ingevoerd door provincies en gemeenten. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de tarieven. Hoewel de invoering 'opbrengstneutraal' dient te zijn, maakt de chipkaart een prijsdifferentiatie mogelijk in het stads- en streekvervoer. De huidige strippenkaart kent geen piek- of daltarief.

Regionale verschillen

GroenLinks vreest dat er na 2009 grote regionale verschillen ontstaan, omdat iedere provincie en gemeente de piek- en daluren zelf gaat invullen. Woordvoerder Wijnand Duijvendak eiste daarom dat de minister ook na 2009 de regie blijft voeren op de prijzen in het openbaar vervoer.

Hij toonde begrip voor de relatieve vrijheid van de regio's, maar 'het is een nationale kaart'. "Wij worden er op aangesproken." Hij wil daarom dat de minister een stok achter de deur houdt om te kunnen ingrijpen.

Doemdenken

PvdA, SP, PVV en ChristenUnie deelden de vrees. Ook het CDA wil niet dat de prijzen op korte ritten worden verhoogd, maar waarschuwde voor doemdenken. "Prijsdifferentiatie kan ook veel voordelen opleveren", zei Kamerlid Jan Mastwijk.

Peijs ziet niets in zo'n regierol. De bewindsvrouw vindt dat goede afspraken zijn gemaakt met de regio. "Doen ze het verkeerd, dan worden ze door de burgers tijdens de verkiezingen wel op de vingers getikt." Toch bestaan er ook na 2009 wettelijke mogelijkheden waarmee het rijk de regie over de tarieven kan behouden, zei de minister. "Maar dat hebben we niet afgesproken."

Overleg

Peijs spreekt binnenkort met de regionale overheden en de vervoersbedrijven over de invoering van de chipkaart. Op aandringen van haar eigen CDA-fractie heeft Peijs het dan ook over de kosten van het zogeheten wegwerpkaartje. Reizigers die zelden van het OV gebruikmaken of toeristen kunnen eenmalig een wegwerpchipkaart aanschaffen.

Volgens Mastwijk bestaan er in Amsterdam en Rotterdam plannen om de tarieven van dat kaartje te verhogen met respectievelijk dertig en vijftig procent. "Dat kan niet aan de orde zijn."

Blinden en slechtzienden

De invoering van de chipkaart heeft volgens Peijs geen nadelige gevolgen voor blinden en slechtzienden. Dinsdag overhandigde een belangenorganisatie van deze groep nog een petitie aan de vaste Kamercommissie voor Verkeer. De bruikbaarheid van de OV-chipkaart en de toegankelijkheid van de stations zou te wensen overlaten.

Zo zouden slechtzienden en blinden de poortjes niet zelfstandig kunnen bereiken. Ook het opladen van de chipkaarten zou voor deze groep op problemen stuiten.

Verbeterplannen

Volgens Peijs wordt er hard gewerkt aan verbeterplannen. Er zijn bindende voorstellen opgesteld waaraan iedereen zich moet houden. "Blinden en slechtzienden hoeven de kaart maar één keer aan te schaffen en te activeren. Daarna hoeven zij er niets meer aan te doen."

Volgende maand start een grote landelijke campagne om reizigers te informeren over de veranderingen in het openbaar vervoer. In een aantal steden loopt momenteel een proef met het nieuwe kaartjessysteem. Zo kan er vanaf juli in de Rotterdamse metro alleen nog maar met een chipkaart worden gereisd. Ook in Amsterdam wordt de kaart getest.